Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

De koning van de Cuyp wachtte alleen nog op het telefoontje van Ten Hag

PlusMaarten Moll

Boven de Albert Cuyp stond een strakgespannen blauwe lucht.

Wat een beetje jammer was, want de schilder Albert Cuyp (1620-1691) stond bekend om zijn fraaie luchten, zijn schitterend belichte wolkenpartijen.

Dát boven de naar hem genoemde markt te zien was deze middag blijkbaar te veel gevraagd.

Voor die wolken moesten we een andere keer terug­komen.

We zaten op het terras van een café, waar Jongste Dochter bediende, koffie te drinken. En te kijken naar vogels van diverse pluimage die voorbijtrokken.

Het was tegen het einde van de middag en de groentehandelaren begonnen hun afgekeurde waar al op straat te gooien. Kramen werden gedemonteerd.

Een reiger die op een verkeersbord zat, kwam er voor gebutste avocado’s niet af.

Tussen dit alles door bewoog zich een man in een rood Ajaxtrainingspak. Hij bestuurde zo’n elektrisch aangedreven wagentje met een kar erachter. Er lagen onderdelen van marktkramen op. Zijn jack hing open en daaronder droeg hij een Ajaxshirt. Het thuisshirt.

Hij was in vol ornaat in dat kostuum. Hij was stand-by.

Roep me op! schreeuwde hij in stilte. Bel me! Ik ben er klaar voor!

Hij wachtte als het ware alleen maar op het telefoontje van Ajaxcoach Ten Hag om te komen opdraven. Om de jongensdroom uit te laten komen. Van marktjongen tot matchwinnaar.

Ik dacht dat ik hem dat steeds zag dromen als hij voorbijkwam.

Zijn kicksen had hij vast ergens vlakbij en voor het grijpen in een tasje klaarstaan. Om meteen in een taxi naar de Arena te springen.

De dag na zijn winnende treffer was de markt een ­honderden meters lange erehaag en werd hij steeds maar op zijn schouder geslagen en omhelsd en kreeg hij gratis tasjes vis en groenten en een nieuwe baseballpet. En hoefde hij die dag niet te rijden, wat hij natuurlijk weigerde, want die elektrische kar was zijn lust en zijn leven.

Toen hij voor de zesde of zevende keer voorbijkwam, zag ik dat hij tussen twee vingers van zijn rechterhand een sigaret had geklemd. Hand een beetje laag, zodat het niet op zou vallen.

Dat zou Erik ten Hag natuurlijk nooit tolereren.

De man was nu ook overgegaan op de wat onverschillige, stoere houding. Hoe hij daar stond. Niet als een kapitein recht achter het stuur staand om de boot veilig over de baren te varen, maar aan de zijkant, met een been nonchalant buiten boord hangend. En met één handje zijn wagen tussen het publiek door sturend.

Het zag er nog steeds heel zelfverzekerd uit, en volslagen soeverein stuurde hij zijn machine in het zonnetje over het asfalt. Iedereen ging voor hem opzij. Hier op de straatjes was hij de baas.

Dit zag hij Daley Blind nog niet doen.

Hij lachte.

Koning van de Cuyp.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden