Max Pam en Paul Brill. Beeld Artur Krynicki

De Koerdische bevolking heeft het nakijken

Plus Om de wereld

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: het Koerdendrama.

Genocide met gifgas

Lange tijd zijn de Koerden voor mij een volk geweest, zoals de Papoea’s, de druzen of de Apaches. Je las er wel eens wat over, maar een echt idee over wat voor soort volkeren dat waren, had je niet. De Papoea’s behoorden ooit tot de Nederlandse koloniën, de druzen geloven in een mysterieuze God en de Apachen komen voor in de boeken van Karl May. Bovendien is een vervaarlijke gevechtshelikopter naar ze genoemd. Of de Apaches daar blij mee zijn, is mij niet bekend.

Met de Koerden was het net zo, totdat ik in 1988 de Journaalbeelden zag van de gifgasaanval die door troepen van Saddam Hoessein was uitgevoerd op Halabja, een stad in het Koerdische deel van Irak. Zoiets had ik nooit eerder gezien, dit was de Eerste en de Tweede Wereldoorlog in één massacre. Het vermoedelijke aantal doden: meer dan vijfduizend.

Jaren later, in 2007, werd de Nederlandse zakenman Frans van Anraat definitief tot zeventien jaar veroordeeld, omdat hij door de levering van grondstoffen medeplichtig werd bevonden aan de gepleegde oorlogsmisdaden. Omdat het gevangenisleven in Nederland vol is van aftrekjaren, schijnt Van Anraat sinds 2015 weer vrij rond te lopen.

Het was onvermijdelijk dat de genocide op Halabja de Koerden het aureool van een slachtoffervolk heeft gegeven. Dat is nog sterker geworden door hun steeds oplaaiende strijd tegen de Turken. Zo herinner ik mij macabere beelden van de geblinddoekte PKK-leider Abdullah Öcalan, die in Kenia door de Turkse Rode Baretten te grazen was genomen. Vermoedelijk met behulp van de Mossad, wat beslist niet als een heldenfeit kan worden beschouwd, maar de Turken en de Israëliërs waren in 1999 nog met elkaar bevriend.

Öcalan kreeg de doodstraf en na enige protesten levenslange, eenzame opsluiting. De Nederlandse regering heeft zich het lot van Öcalan nooit erg aangetrokken. Liever volgde men de opvatting dat de PKK een terreurbeweging is, die zich ook bezighoudt met de handel van drugs.

Na onderzoek wordt dat laatste in elk geval door de Duitse regering in twijfel getrokken. Bovendien heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2005 geoordeeld dat het proces tegen Öcalan niet eerlijk was verlopen – haal je de koekoek – maar veel heeft dat allemaal niet geholpen. Europa heeft Turkije nodig voor het oplossen van heel andere problemen en dan zijn cynisme en hypocrisie nooit ver weg.

Eerder dit jaar won het voetbalteam van Palestina met 3-2 van Syrië in het kampioenschap van West-Azië. De Koerden mogen ook daaraan niet meedoen, want zij hebben geen eigen land.

Max Pam

Bittere ironie

De Koerden zijn het voorbeeld van een volk dat de geschiedenis niet aan zijn zijde heeft. Hier moet meteen een disclaimer volgen, want het hele idee dat je de geschiedenis wel aan je zijde kunt hebben, is natuurlijk behoorlijk zweverig. Het wordt te pas en te onpas opgevoerd door mensen die ofwel zichzelf daarmee moed inspreken, ofwel een dwingender recht claimen dan feitelijk voorradig is.

Maar in het geval van de Koerden is de notie toch wel toepasselijk. De loop van de geschiedenis heeft ervoor gezorgd dat ze verspreid zijn over vier staten, die er allemaal op gebrand zijn om hun territoriale integriteit overeind te houden. Grote mogendheden met belangen in de regio hebben ook geen aandrang om de landkaart te hertekenen. Bovendien hebben de Koerden de pech dat ze, anders dan de Palestijnen, geen Joodse tegenstanders hebben, wat hun in sommige kringen een niet te verwaarlozen dosis aandacht en sympathie scheelt.

Twee keer in de vorige eeuw konden de Koerden kortstondig de illusie koesteren dat hun nationale aspiraties wel in vervulling zouden gaan. Na de Eerste Wereldoorlog en de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk bestond er gedurende een kleine twee jaar een Koninkrijk Koerdistan in het oosten van Irak. Een Brits expeditieleger maakte er een einde aan. Na de Tweede Wereldoorlog stichtten opstandige Koerden een onafhankelijke republiek in het noordwesten van Iran. Die had aanvankelijk de steun van Moskou, maar toen Stalin er zijn handen van aftrok, maakte Teheran in 1946 korte metten met de Koerdische ministaat.

De bittere ironie wil dat de Koerden in Syrië nu in zekere zin hun lot opnieuw in Russische handen leggen. Om een genadeloze overweldiging door het veel sterkere Turkse leger te voorkomen heeft de Koerdische strijdmacht de hulp van Syrische regeringstroepen ingeroepen, die op hun beurt sterk afhankelijk zijn van Russische (en Iraanse) steun.

Voor president Assad doemt nu een doel op dat een jaar geleden nog volstrekt onbereikbaar leek: herstel van zijn gezag over vrijwel het gehele Syrische grondgebied. Het zou een klinkend succes zijn voor hemzelf, voor zijn beschermheer Poetin en voor bondgenoot Iran.

Maar voor hetzelfde geld blijft dit scenario halverwege steken en wordt Noord-Syrië het terrein van voortdurend oplaaiende strijd tussen Turkse troepen, het Syrische regeringsleger, allerhande jihadistische oppositiegroepen, inclusief voormalige IS-strijders en verbitterde Koerdische peshmerga’s. Met alle ontreddering en vluchtelingenellende van dien.

Hoe dan ook heeft de Koerdische bevolking het nakijken. Al kan ze van één ding op aan: dat de verzamelde Europese ministers van Buitenlandse Zaken meer dan eens uiting zullen geven aan hun grote bezorgdheid.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden