Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

De knopen die ik heb moeten ontwarren

PlusFemke van der Laan

De jongste staat achter me. Hij leunt tegen de rug­leuning van mijn stoel en zijn kin rust op mijn schouder. Ik denk dat hij naar mijn vingers kijkt. Naar wat ze doen. Ik kan zijn gezicht niet zien. Af en toe beweegt hij zijn kin naar voren en naar achteren, over mijn spier heen en weer terug, korte beweginkjes waarvan ik steeds wil zeggen dat ze me storen, dat ik het zo niet kan, maar ik weet niet of dat waar is.

De jongste had me zijn ketting gegeven. De ketting met de voorletter en de kleine schakeltjes die vanzelf in de knoop raken zodra hij het ding af doet.

De ketting kwam uit zijn broekzak.

“Hij zit in de knoop.”

Ik denk dat ik zuchtte. Eventjes. Zachtjes. Daarna ging ik aan tafel zitten en zocht naar een begin, naar waar het nog een beetje los zat. Ik peuterde, trok voorzichtig, keek. Herhaalde dat. Steeds opnieuw. Peuteren. Trekken. Kijken. Soms peuterde ik iets los. Soms trok ik iets strakker, juist weer in de knoop. Dan hoorde ik de jongste zuchten naast mijn oor. Eventjes. Zachtjes.

We zagen de knoop kleiner worden. Nu is hij er al bijna uit.

De kin op mijn schouder schuift weer heen en weer. Ik wil mijn vinger erheen bewegen, naar het kuiltje dat erin zit, het kuiltje dat ik niet heb. Ik wil dat deukje even voelen, mijn vinger ertegenaan zetten en dan de kin van de jongste optillen, omhoog, van mijn schouder af, hem daar even houden, een zoen op zijn wang drukken en hem weer langzaam laten zakken, zijn kin balancerend op mijn vinger. Maar het is geen goed moment om de ketting los te laten. Ik ben er bijna.

“Stop hem maar niet meer in je zak.”

“Nee,” zegt de jongste naast mijn oor.

Ik peuter en trek en kijk terwijl ik denk aan knopen in schoenveters en aan knopen in capuchontouwtjes en aan knopen in lange haren en aan alle andere knopen die ik heb moeten ontwarren en dan weet ik dat ik hier binnenkort weer zit, met een schoen, een vest een kam. Met de ketting van de jongste.

Ik til de ketting op. De voorletter glijdt naar beneden, naar het slotje. Een nette rij schakeltjes slingert zachtjes heen en weer. Er zit geen knoop meer in.

“Ja!” De jongste gaat staan. Ik geef hem de ketting en wrijf even met mijn hand over mijn schouder. De jongste doet de ketting om. Hij maakt hem vast, aan de voorkant. Als hij klaar is leg ik mijn vinger op zijn kin en voel ik het kuiltje dat ik niet heb.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden