Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

De keurige vrouw at haar paprikasoep als een kerel

PlusMaarten Moll

In Hotel Paping te O. zat op het terras een wat oudere, keurige vrouw. Fel gestifte lippen. Aan haar voeten een verzameling plastic tassen, waar ze al een keer bijna over was gestruikeld.

De kelner maakte zijn opwachting.

“Wat voor een soepen heeft u?” vroeg de vrouw.

“Courgettesoep en…

“Courgette? Dat is toch een vrucht?”

“De courgette wordt hier als groente gegeten, mevrouw,” zei de kelner.

“O, en heeft u ook nog andere soep?”

“We serveren ook nog een paprikasoep, mevrouw.”

“Paprikasoep? Wat apart.”

“Van rode en gele paprika’s, mevrouw.”

“Geen andere soepen?”

“Nee mevrouw, alleen courgettesoep en paprikasoep.”

“Geen soep van de dag?”

“Dat is de courgettesoep, mevrouw. Geserveerd met stokbrood en kruidenboter.”

“Nou, doet u dan de paprikasoep maar,” zei de keurige vrouw.

Even later stond ze op, speurde om zich heen. Ze zette een paar stappen, nam toen alle tassen onder de armen, en verdween naar binnen.

Toen ze weer zat, de tassen netjes om de tafelpoten gezet, kwam de kelner aanlopen.

“Alstublieft, een paprikasoep.”

“Zonder stokbrood en kruidenboter?” zei de vrouw.

“Die horen bij de courgettesoep,” zei de kelner, “want dat is de soep van de dag.”

“Denkt u dat ik dat er ook bij kan krijgen?”

“Ga ik voor u regelen, mevrouw,” zei de kelner onverstoorbaar.

De vrouw begon alvast te eten.

Dat deed ze verrassend genoeg als een kerel. Met een elleboog op tafel. Haar andere arm lag bijna helemaal om haar bord heen.

Eten met een elleboog op tafel was zowat de ergste misdaad in ons gezin, vroeger.

“Nette mensen eten niet met de elleboog op tafel,” zei mijn vader, “we zijn geen bouwvakkers.” (Mensen die bier meteen uit het flesje drinken: bouwvakkers.) Heb ik altijd onthouden. Dus toen mijn ex-schoonmoeder een keer met haar elleboog op tafel zat te eten, tikte ik die elleboog van tafel. Ze belandde met haar gezicht bijna in de pasta pesto.

Het is nooit meer echt goed gekomen tussen ons.

De vrouw was inmiddels uitgegeten. Het stokbrood had ze niet aangeraakt, met een vinger had ze van de kruidenboter geproefd.

“Heeft het gesmaakt, mevrouw?” vroeg de kelner.

“Nou, het was wel apart, moet ik zeggen.”

“Maar wel lekker?”

“Ik zou het niet weer nemen,” zei de vrouw. En ze glimlachte zo’n glimlach waarvan je niet meteen weet wat die betekent.

“Misschien probeer ik de volgende keer toch die courgettesoep.”

“Uitstekend,” zei de kelner, en hij ruimde af.

Na het afrekenen verzamelde de vrouw haar spullen. Ze gniffelde. Ze dacht dat niemand had gezien hoe ze het bakje kruidenboter in een van de plastic tassen had laten verdwijnen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden