Column

De Kerstman landt in Aleppo. Hij moet iets doen

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Daar vlieg ik dan, denkt de Kerstman. Onder hem ligt een stad waar weinig van over is.

Hij trekt zijn baard voor zijn ogen en zegt tegen al zijn rendieren dat ze niet naar beneden mogen kijken. Maar rendieren zijn alleen goed in rennen. Als rendieren goed konden luisteren, hadden ze wel luisterdieren geheten. Orpheus was ­ongetwijfeld een rendier, denkt de Kerstman.

Beneden klinkt het geratel van vuurwapens. Het zijn doffe, bijna lusteloze knallen. Alsof de kogels, meteen na het afvuren, heimwee naar de binnenkant van het geweer hebben gekregen.

Een gevechtshelikopter komt naast de arrenslee van de Kerstman vliegen. Hij kijkt naar de helikopterpiloot. De Kerstman vergeet nooit een gezicht.

Twintig jaar geleden wilde deze piloot nog gewoon keepershandschoenen voor kerst hebben. En die sluipschutter op het dak van de oude bibliotheek vroeg in 1994 om een rode skelter of een discman.

Ook de lijken herkent hij aan hun verlanglijstjes van vroeger. Ze liggen overal. Het album Music Box van ­Mariah Carey. Een Sega-spelcomputer. Een dagboek met slot. Een prikbord en een Zippo.

Het sneeuwt as. De Kerstman kijkt hoofdschuddend naar de huizen. Ze staan enkel nog overeind omdat er geen wind staat. De wind is vijf jaar geleden al vertrokken. Daar waar oorlog is, heeft de wind niets meer te zoeken. Daar waar oorlog is, hebben de bommen alle ­taken van de wind overgenomen.

De maan kijkt vol afgunst naar de kraters in Aleppo. En de rendieren blijven maar rennen. Ze trappelen door de lucht die ze inmiddels ook met straaljagers moeten delen. De Kerstman kijkt naar een grote plas bloed op de droge grond. De rode vloeistof verdwijnt langzaam in de bodem. De grond is een vampier.

De Kerstman weet niet zo goed wat hij moet doen. Ook hij zegt na iedere humanitaire ramp dat zoiets nooit meer mag gebeuren, maar dan gebeurt het toch. En dan maakt iemand een film over de ramp die nooit meer had mogen gebeuren, een film die zestien Oscars wint en daarna is het gewoon wachten op de volgende ­onmenselijke onrechtorgie.

Ook het medelijden van de Kerstman vliegt als een sletterige mot van brandhaard naar brandhaard. Van Rwanda naar Srebrenica en van Darfur naar Palestina en van Mosul naar Aleppo. Dit nooit meer. Hij wil het. Hij schreeuwt het. Hij hoopt het. Dit nooit meer. En dan is het er opeens meer dan ooit.

De Kerstman landt in Aleppo. Hij moet iets doen. Want hoe langer hij toekeek, hoe cynischer hij werd. En hoe vaker hij tegen zichzelf zei dat hij niets kon doen, hoe vaker hij aan de echtheid van andermans lijden ­begon te twijfelen.

Zaterdag las hij in de krant dat de waarheid altijd als eerste sneuvelt in een oorlog. Hij vond het mooi klinken. Maar in feite stond er niets ­anders dan: 'Het is allemaal heel erg natuurlijk, maar 'leugenaars' hebben geen recht op onze hulp.'

Met een slee vol Syrische weeskinderen vliegt de Kerstman richting de Noordpool. Hij kijkt nog even om naar Aleppo. Naar de overblijfselen en naar de achterblijvers. Als je een gemeenschap maar blijft bombarderen, vallen de laatste vijf letters van het woord af en blijft enkel 'gemeen' achter.

Hij kijkt naar de kinderen in de slee en ziet de verlanglijstjes verschijnen. Een kleurboek. Een racebaan. Een zaklamp. Een knuffelbeer. En een onsterfelijk zusje.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden