James Worthy.Beeld Agata Nowicka

De kachel heeft gewoon kinderen gekregen

PlusJames Worthy

Mijn vader en moeder zitten voor de webcam. Ze hebben op een knopje gedrukt en nu zijn hun gezichten paars.

“Hoe gaat het met jullie?” vraag ik. Ze zien er moe uit.

“We hebben net lekker op het balkon gezeten,” zegt mijn moeder.

“Goed zo. Wat gaan jullie straks eten?”

“Die aspergesoep die jullie eergisteren hebben langsgebracht.”

Mijn vrouw en ik zetten om de dag wat eten voor hun deur neer. Vroeger, toen ik voor het eerst op mezelf woonde, zetten mijn ouders geregeld wat eten voor mijn deur neer. Of een envelopje met geld in de week dat ik de huur moest betalen.

“En hoe ga jij, dad?”

Mijn vader draagt een capuchontrui die ooit van mij is geweest. Zijn ogen zijn wazig van de pijnstillers. Hij is al geruimde tijd niet lekker. Vorige week is hij grondig onderzocht in het ziekenhuis en morgen krijgt hij de uitslag. Ik ben al de hele week nachtmerries aan het sparen. Mijn kaart is vol.

“Ik slaap veel, jongen.”

“Slaap is goed,” vult mijn moeder aan.

Ze proberen me gerust te stellen. Dit doen ze al mijn hele leven. Toen ik een jaar of acht was, stond er in onze straat een huis in brand. Ik hing met mama uit mijn slaapkamerraam en keek naar de vlammen.

“Dat ziet er serieus uit,” zei ik.

“Ach welnee, de kachel heeft gewoon kinderen gekregen,” zei mijn moeder.

En toen onze poes Fleurtje levenloos op het balkon lag, begon mijn vader over winterslapen.

“Dus ze gaat in de lente weer wakker worden?” vroeg ik.

“Ja, maar het probleem is dat katten nooit precies weten wanneer de lente begint. Ze slapen zo diep dat ze kunnen vergeten hoe het begin van de lente voelt.”

Ik geloof hier overigens nog steeds in. Dat mensen en dieren nooit echt doodgaan, maar dat ze gewoon vergeten hoe het begin van de lente voelt. Ik droom soms over de lentes die nog komen gaan. Ooit zal er een lente komen die zo lenterig aanvoelt, dat alles en iedereen zal ontwaken.

“We hebben je vanochtend weer niet gehoord toen je de boodschappen voor de deur neerzette,” zegt mijn moeder. Mijn vader en moeder wonen op driehoog in het oudste gedeelte van Oud-Zuid. Bijna alles in het trappenhuis kraakt, maar ik ken een route die volmaakt geruisloos is. Deze route ontdekte ik in 1998. Ik moest die nacht om drie uur thuis zijn, maar ik liep pas om half vijf de straat in. Paradiso was prachtig die nacht. Ik was verliefd op een meisje en de stilte was overduidelijk verliefd op mij, want niemand heeft me die nacht te laat horen thuiskomen.

“Ik mis jullie wel, hoor,” zeg ik. Mijn vader en moeder zijn nog steeds pimpelpaars. Ik wil ze aanraken. Knuffelen. Ik wil ze laten voelen hoe sterk ik ben geworden en dat ik ze voor altijd kan beschermen als ze dat willen.

Mijn vader is moe. Hij legt zijn hoofd op de linkerschouder van mijn moeder. Ik kijk naar mijn ouders en zie dat ze mijn bescherming helemaal niet nodig hebben.

Mijn moeder is nog nooit zo sterk geweest.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden