Femke van der Laan Beeld Artur Krynicki
Femke van der LaanBeeld Artur Krynicki

De jongste heeft een nieuwe sport gekozen. Ik vind het niks

PlusFemke van der Laan

We lopen terug over de markt, de jongste en ik.

“Wil je zo of over de markt?” had ik hem gevraagd. Bij ‘zo’ had ik naar links gewezen. Hij koos de markt. Nu loopt hij met zijn kin op zijn borst, zijn gezicht naar beneden, tegen de regen. Ik heb een capuchon.

In zijn linkerhand heeft hij een papieren tas. Kartonkleurig. Hij knijpt hem dicht aan de bovenkant, de hengsels zijn verkreukeld.

“De tas wordt nat.”

“Geeft niet.”

“Maar hij is van papier.”

We hebben net sportkleren gekocht. De jongste heeft een nieuwe sport gekozen. Daar horen nieuwe kleren bij. En handschoenen. De eerste twee keer was hij in een oude trainingsbroek gegaan. Dat kon wel, omdat het de eerste twee keer waren. Nu kon dat niet meer. De derde keer moest je zoals de rest, dat wist de jongste zeker.

“Geeft niet.”

De mevrouw in de winkel wist precies wat we nodig hadden. Ze had hem handschoenen laten passen en daarna hing ze een broekje in de paskamer. “Trek maar aan.” Toen hij weer achter het gordijn vandaan kwam, wees ze hem op de bokszak in de winkel. “Ga maar even schoppen en slaan, dan weet je of het echt past.” De jongste was gaan schoppen en slaan.

Ik keek toe van een afstandje.

Naast de bokszak zaten drie mannen.

Al een tijdje. Ze keken naar de jongste. Ik wist niet wat ze zagen. Hun ogen hadden al heel wat jongens langs zien komen. De mevrouw van de winkel ging erbij staan. “Als je goed bent, kun je echt beroemd ­worden.” De jongste keek even opzij.

Hij schopte nog een keer. Op z’n hardst.

De papieren tas wisselt van hand. De bovenkant kreukelt nog meer en het papier wordt steeds donkerder. De linkerhand van de jongste glijdt in de mijne. Hij kijkt even omhoog, zijn gezicht in de regen. Dan knijpt hij in mijn hand.

“En nu nog een bitje.” De mevrouw in de winkel had naar de jongste geknikt, gewezen met haar gezicht, naar zijn tanden. Ik keek opzij. Naar zijn kaak. En daarna naar zijn neus en oren. Ik zei niets.

“Het is goedkoper dan de tandarts.”

De drie mannen knikten. Hun lippen hielden ze op elkaar.

Ik knikte ook.

“Welke kleur wil je?”

De jongste laat mijn hand los en propt de tas onder zijn arm. Ik hoor het papier kraken. “Je vindt het niks, hè?”

Ik kijk opzij. Naar zijn gezicht. “Nee.”

Hij zoekt mijn hand weer.

“Geeft niet.”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden