Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

De Jongste Dochter vertelde over haar ongeluk aan AT5

PlusMaarten Moll

Ze was een beetje zenuwachtig.

“Hoeft niet, hè,” zei ik.

We fietsten richting de stad.

“Hé, sinds wanneer heb jij rode fietstassen?”

“Dit is de fiets van mam,” zei Jongste Dochter.

Ik dacht aan haar eerste fietsje.

“Ik had ook alleen kunnen gaan, hoor,” zei ze.

“Geen sprake van,” zei ik.

Toen we over de Linnaeusstraat fietsten, vertelde ze dat ze op de sportschool weer voorzichtig zou gaan hardlopen.

“Dat wist ik niet. Wat zegt de dokter daarover?”

“Ik denk dat de dokter dat wel goed vindt.”

“Je denkt dat? Je hebt niet even gebeld?”

“Nee, maar de fysiotherapeut op de sportschool denkt dat het wel kan.”

“Maar een fysiotherapeut is geen dokter, en…”

“Laat me nou, pap.”

We draaiden bij de rotonde de Mauritskade op.

“Ik heb gisteren ook voor het eerst weer gewerkt bij Albert Heijn,” zei ze.

“Waarom heb je dat niet gezegd? Dan was ik even langsgekomen.”

Ze keek voor zich uit.

“Het was wel fijn om even niet thuis te zijn, en andere mensen te zien.”

“Ging het wel?”

“Pap…”

We waren bijna bij de kruising met de Wibautstraat.

“Kijk, dat moet hem zijn.” Ik wees naar een auto van AT5 bij het Benno Premselahuis.

Even later maakten we kennis met de verslaggever die een item ging maken voor het AT5-programma Amsterdam Vandaag, een item waarin Jongste Dochter haar verhaal zou doen.

Lamp en camera stonden al op statieven. Jongste Dochter ervoor. Konijntje & de Lichtbak. Ze keek naar me, en ik stak wat onhandig een duim omhoog.

Ze vertelde haar verhaal. Dat dit misschien de plek was waar ze in die bewuste nacht, ruim een maand geleden, van haar fiets was gevallen, en dat ze zich er niets van kon herinneren, en dat ze daarom voor de camera stond, in de hoop dat iemand had gezien wat er precies was gebeurd.

Ze hield zich groot, maar ik zag dat de tranen zich stonden te verdringen.

De verslaggever vroeg wat voor verwondingen ze aan de val had overgehouden.

“Een klaplong, gebroken ribben, een gescheurde milt, een flinke hersenschudding en een gekneusde aorta.”

Tussen de milt en de hersenschudding braken de tranen door haar pantser. Ze veegde haar gezicht schoon, de bijzonder aardige verslaggever zei dat ze alle tijd moest nemen, en ik slikte en slikte.

Toen het verhaal verteld was, sloeg ik een arm om haar heen.

“Zullen we een oliebol gaan eten?”

“Ja, lekker,” zei ze

We fietsten weer richting huis.

“Waarom fiets je eigenlijk op de fiets van je moeder?”

Ik keek haar aan.

“Ik durf niet meer op mijn eigen fiets te rijden,” zei ze.

“Hè? Maar…”

“Ik durf het gewoon niet meer.”

“Liefje…”

We minderden vaart.

“Wat neem jij,” vroeg ze, “een appelflap of een gewone oliebol?”

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden