Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

De jeu-de-boulesbaan in de tuin ligt er nog goed bij

PlusMaarten Moll

Er werd gezegd dat mijn vader ergens een wals vandaan had getoverd om de baan te effenen. Omdat een harde, vlakke baan in zijn voordeel zou zijn.

Een broer heeft op een middag een kruiwagen zacht gravel op de baan gekiept die hij met een speciale hark losjes uitstreek. Hij had op een dergelijk geprepareerde baan ergens in Frankrijk in de zomer geglorieerd. Hij liet foto’s zien.

Een andere broer zou met de ballen hebben geknoeid.

Ik ben een paar dagen in de Achterhoek en sta in de tuin van mijn ouders.

Daar ligt de door mijn vader in de jaren negentig aangelegde jeu-de-boulesbaan. Afgezet met dikke bielzen. Elke zomer speelden we het familietoernooi. Fijne weekeinden. De winnaar kreeg de beker. Dat presti­gieuze blingblingding mocht een jaar mee naar huis. (Zaak om dat jaar niet te veel bij de winnaar op bezoek te gaan, omdat bij elk bezoek de beker uitgebreid werd getoond, voorzien van misselijkmakend commentaar. “Weet je wie die beker afgelopen zomer heeft gewonnen?”)

In de weken voor zo’n toernooi heb ik eens een middagje geoefend op het Museumplein. Ik kreeg meewarige blikken van de basketballers. Niet-ingewijden liepen doodgemoedereerd tussen de ballen door. En ik was de fles wijn vergeten mee te nemen.

De baan in de tuin ligt er nog goed bij. Bladeren, takjes, hier en daar een kuil, wat objecten. In een uurtje speelklaar, zou ik zeggen. Maar er wordt al jaren niet meer op gespeeld. Botsende agenda’s. Zo gaat dat met sommige tradities. (Thuis heb ik nog een mapje met alle uitslagen. Serieus waren we, bloedserieus.)

Er komt een dag dat de baan zal zijn verdwenen.

Nu staat er nog een kippenhok (bewoond). Ik zie grote bloempotten met planten. Stapels takken die versnipperd moeten worden. Een groene, verweerde tuinstoel.

Daar sta ik op de baan, met de JB’s in mijn handen (ijzeren boules waar de professional om lacht, maar toch duizend keer beter dan die plastic campingballen.) Iets te fanatiek misschien. Ik had ook zo’n magneet aan een touwtje waarmee je de ballen kon ophijsen.

Ik had altijd moeite als we richting de Vredesteinfabriek moesten gooien. Aan die kant van de baan was het zand me niet goed gezind. Ik heb er een keer van mijn moeder verloren in het jaar dat ze de halve finales haalde. (Verliezen was niet mijn sterkste punt, ik heb nog lang in de struiken gezocht naar een woedend weggesmeten bal. Mijn moeder aaide door mijn haar.)

Met de punt van mijn schoen wroet ik wat in het zand aan de Vredesteinzijde. Ik hoor het geluid van op elkaar ketsende ballen.

Mijn JB’s zijn tijdens een verhuizing in Amsterdam zoekgeraakt.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden