Thomas AcdaBeeld Artur Krynicki

De in verweerd leer gestoken sm-meesteres

PlusThomas Acda

Aan weinig heb ik een ­hekel, maar de wind haat ik. Een natte onverzorgde bouvier in een overvolle tram op een wegzakkende brug vind ik minder erg dan wind. 

Het bericht dat de bank een foutje heeft gemaakt in mijn nadeel en ik eigenlijk al sinds 2013 blut ben, vind ik minder erg. 

Een lange, natte, slappe ­billen-doen-wapperende scheet van een mij onbekende bejaarde in een al uren vaststaande lift, enfin, het moge duidelijk zijn: ik heb het er niet zo op, die wind.

Als ik ’s ochtends wakker word, voel ik het meteen. De druk. Geen idee of het hoge of lage druk is, maar hij maakt me misselijk. Het kan ook sneeuwval betekenen, die druk, maar dat is lang geleden. 

De woonkamer in lopend hoor ik achter de dichte gordijnen de trouwe boodschappers als middeleeuwse herauten al krijsend haar komst aankondigen. De meeuwen, brengers van het slechte nieuws. Meeuwen in de stad, storm op het wad. 

Ongetwijfeld een zelfbedacht spreekwoord, maar door mij al zo vaak gebruikt dat ik het Delfts blauwe tegeltje voor me kan zien. En dan zie ik haar zelf: de ongevraagde, in verweerd leer gestoken oudere sm-meesteres. (Daar heb ik het ook niet op, sm, maar ­altijd nog liever dan wind.) 

Sadistisch ­plastic tassen steeds hetzelfde rondje laten dansen over het grijsgrauwe grachten­water, dat beweegt als een colonne gijzelaars die niet weet welke kant hij op moet vluchten. Allemaal naar links, nee, rechts, nee, tegen de kade, terug, terug! 

Fietsers omduwend, schel schaterlachend. Takken tegen vernederde auto’s rammend. Eens zo staal en stoer, nu buigend voor de straf van dezelfde natuur die ze wilden verstikken. 

Als ik wind had gewild, dan was ik toch wel in een kustplaats gaan wonen?

Het komt door mijn jeugd. Elke waterkoude ochtend elf kilometer door de Beemster tegen de wind in naar school moeten fietsen. Pas tegen de middagpauze werd het weer helemaal droog; als je bij ­geschiedenis even uit het raam keek, zag je de vlaggen aan de masten aarzelen. 

Tegen half vier viel de wind plat, om vervolgens voorzichtig, maar al snel bloedfanatiek de andere kant op te wapperen. Als de ­gestrekte armen van verbeten kijkende Männer in ingekleurde Tweede Wereldoorlogfilms.

En daar is haar echtgenoot al: de slag­regen. In het Vondelpark ligt een omgewaaide, grote en sterke boom, geveld door haar die je alleen kunt zien door het effect dat ze heeft op haar omgeving. 

De boom leeft nog steeds. Gestruikeld, maar niet dood. 

Een metafoor, u aangeboden door de natuur zelf. Kinderen spelen er graag. Dat geeft hoop. 

Misschien mag ik meedoen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden