Plus

De honderdjarige gaf mij een trumpiaanse handdruk

Patrick MeershoekBeeld Maarten Steenvoort

Alsof deze stad niet genoeg problemen heeft, neemt nu ook het aantal honderdjarigen schrikbarend toe. Het aantal eeuwelingen in Amsterdam is in twintig jaar tijd bijna verdubbeld van een goed hanteerbare vijftig naar net geen honderd mannen en vrouwen die halsstarrig weigeren dood te gaan.

Jammer vind ik dat. Er is altijd toch weer een kleine groep die het voor de goedwillende rest verpest.

Overal in de stad worden keurig volgens afspraak ankers gelicht, vaantjes gestreken en loodjes gelegd, maar deze mensen trekken zich nergens iets van aan en kunnen de slingers bij wijze van spreken rustig laten hangen omdat ze weten dat er toch wel een volgende verjaardag komt.

Een hele belasting natuurlijk voor de kinderen en de kleinkinderen, die elk jaar opnieuw naar de bloemist moeten voor de aanschaf van een indrukwekkend boeket, want met zulke cijfers kun je niet meer aankomen met een lullig bosje tulpen of een doosje Majazeep.

Nee, er zal op passende wijze eer moeten worden betoond aan het stokoude feestvarken.

De bestuurders van de stad zijn er ook mooi klaar mee. Het is een goede traditie dat de eeuweling, als deze er tenminste prijs op stelt, wordt gehuldigd met een bezoek van de burgemeester.

In Amsterdam is deze taak wijselijk over de schutting geworpen van de stadsdeelvoorzitters. Jullie willen toch zo graag besturen? Goed, laat eerst maar eens horen of je een beetje kunt zingen uit volle borst.

Voor bestuurders zijn zulke bezoeken niet zonder risico. De jubilarissen hebben de tijd van de grote ideologieën nog meegemaakt en het kan gebeuren dat zo'n oude leeuw onder indruk van alle feestelijkheden spontaan uitbarst in een strijdlied dat in een bepaalde donkere periode van onze geschiedenis misschien salonfähig was, maar nu als buitengewoon ongepast wordt ervaren.

Het Genootschap van Burgemeesters verstrekt daar geen circulaires over, maar de vuistregel is dat bestuurders uit beleefdheid snel een flinke hap gebak nemen om vervolgens met het gebaksvorkje mee te bewegen met het deuntje.

Is er pers aanwezig, dan dient meteen afscheid te worden genomen onder het mom van een onverwachte ramp op het stadsdeel- kantoor.

Vorige week mocht ik in het kielzog van de stadsdeelvoorzitter van Oost zelf een honderd­jarige feliciteren. Ze gaf mij een trumpiaanse handdruk, terwijl ze de stadsdeelvoorzitter in zijn billen kneep alsof hij een peer in de supermarkt was.

We kregen koffie met gebak, en spannende verhalen over de Hongerwinter. Ze vertelde dat ze elke ochtend haar huis zelf schoonmaakte en uit principe nooit naar de dokter ging, dan kon je ook niet ziek worden verklaard.

Weer buiten op straat keken de stadsdeelvoorzitter en ik elkaar bedrukt aan. "Ik geef haar nog zeker vijftien jaar," zei hij. "Minimaal," reageerde ik. "Wat een vrouw. Nee, daar zijn we voor­lopig niet van af."

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool. Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden