Plus Column

De Hemamuis is net zo echt als de badrat

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Het duurt slechts een tel, maar de bevriezing van het kassameisje verraadt dat ze exact hetzelfde heeft gezien als ik. In de rij bij de Hema kijk ik al een tijdje uiig naar zakken elstars. 'Kinderappels!' blèrt de verpakking.

Wat is er mis met gewone appels? Vloeken kinderappels niet? Klinkt er een liedje van K3 als je het klokhuis bereikt? Raken koters levenslang geestelijk gewond wanneer ze hun melktandjes in een groot uitgevallen jonagold moeten zetten?

Inwendig mopperend op stupide onzinteksten merk ik opeens dat ik word aangestaard. Twee oogjes priemen mijn kant op, gevolgd door een fel zwiepje met de staart als een corrigerende zweepslag. Hup, afrekenen jij, lijkt de muis te zeggen die is opgedoken in de etalage vol turkooizen vaasjes.

De kassière kijkt intussen glimlachend voor zich uit, zoals je dat doet wanneer iemand in een volgepakte lift hoorbaar een wind laat en je diegene niet wilt beschamen door een reactie te geven. Mijn hart roffelt de Bolero van Ravel.

Ik ben als de dood voor dieren met kale staarten. Ja, ik weet het, ze zijn banger voor mij dan ik voor hen en zo'n muis zal me niet met één hap van zijn kaakjes kunnen vermorzelen als was ik een gekneusde kinderappel.

Mijn angst is irrationeel, een leugen in feite. Maar dat is de meeste angst. Bang zijn gaat immers over iets wat potentieel kan gebeuren en potentieel, dat is de waarheid meestal niet.

Maar ons denken vertelt rare verhalen en zet ons alarmsysteem net zo vaak nodeloos in werking als dat van een geparkeerde scooter op een stoep. Eén lichte aanraking en het geloei begint.

De muis lijkt me nu toe te grijnzen, terwijl het zweet op mijn onderrug staat. Als ik zo'n beest tref, weet ik nooit of ik wakker ben, want ik droom vaker van muizen dan ik ze zie.

Zodra ik gestrest ben, weet ik dat ze me 's nachts bezoeken. Als ik de voordeur open bijvoorbeeld en er een muizenrivier de trap afstroomt. Of wanneer ik iets weggooi en er een enorme knaagdierenknoop in de prullenbak krioelt.

Een kennis van me nam eens een ochtendbad. Nog half soezend liet ze zich in het baarmoederwarme water zakken. Toen ze haar ogen opende, borstcrawlde een dikke rat recht op haar af. Ik vind dit zo'n angstaanjagend beeld dat ik het niet eens durf te dromen.

Maar deze Hemamuis is net zo echt als de badrat. Waarom doet dat kassakind niets? Paniekerig kijk ik rond. Ik kan niet bewegen, ik zit totaal op slot. Dit ongedierte, het moet weg.

"Optiefen, boterletter." Verlossing komt soms uit onverwachte hoek. Achter me is een kerel opgedoken die wild met zijn armen wappert. Zijn adem ruikt naar drank, maar ik ben hem intens dankbaar. De muis is weg, evenals mijn idiote paniek.

Als ik een opluchtingszuchtje slaak, bromt de man: "Meissie, 't leven is net een bos haar. Het zit altijd in de war." Wat hij bedoelt weet ik niet zeker. Maar het is in elk geval geen onzintekst.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden