Om de wereld

De handel in drugs is een miljardenbusiness geworden

In de rubriek 'om de wereld in 800 woorden' één kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Door Max Pam en Paul Brill. Deze week: war on drugs.

Beeld ANP

Pam

Burgemeester Femke Halsema wil met Amsterdam niet meedoen aan het landelijke experiment met gereguleerde hasj- en wietteelt.

Ze vreest dat zo veel hasj- en wietvariëteiten buiten het officiële aanbod vallen, dat de criminele straathandel onmiddellijk in dit gapende gat zal springen.

Nog afgezien van de praktische bezwaren zijn sociale experimenten die met één been in de werkelijkheid staan en met één been in een kunst­matig gecreëerde omgeving meestal tot mislukken gedoemd. Optimisme is een sociale plicht, maar eerlijk gezegd heb ik geen flauw idee hoe je het drugsprobleem moet aanpakken. Zowel harde ­repressie als volledige legalisering staat me tegen. Met gedogen zijn wij ook niet veel opgeschoten.

Een paar jaar geleden zei een leraar op de middelbare school van mijn zoon tijdens de ouderavond: "Er is in Amsterdam geen middelbare scholier die niet heeft geblowd."

Toen de overheid bepaalde dat rond een school geen coffeeshop mag bestaan binnen een straal van 250 meter, ­liepen tellende leerlingen van het Barlaeus met grote stappen naar het Leidseplein, om tot hun ­genoegen te constateren dat de vermaarde coffeeshop de Bulldog precies een paar meter buiten die straal ligt.

Onlangs fietste ik langs de achterkant van het Barlaeus over de Zieseniskade en de heerlijkste hasj- en wietgeuren kringelden mij tegemoet vanuit een café dat nog dichter bij het Barlaeus ligt dan de Bulldog. De gebruikers stonden buiten in het zonnetje te roken met een pilsje in de hand.

Overigens was de Bulldog lang geleden een politiebureau. Dat staat nu aan de Lijnbaansgracht, schuin tegenover de Melkweg, waar je bij de huisdealer een zakje rode Libanon mocht kopen.

De handel in cannabis en andere drugs is een miljardenbusiness geworden. De hele provincie Brabant schijnt vol te staan met schuren en schuurtjes, die dienen ter productie van enorme hoeveelheden pillen. Breaking Bad is er niks bij. Houd onder de Moerdijk een warmtemeter tegen de woonhuizen en je ziet welke particulier op zolder bijklust met een wietplantage.

De zaken gaan zo goed dat drugsproducenten uitwaaieren naar Groningen en Twente. Dat gebeurt allemaal onder de ogen van een overheid die niet weet of er moet worden verboden, gedoogd of gelegaliseerd. En het geheel krijgt helemaal iets absurds als je bedenkt dat diezelfde overheid tegelijkertijd het ­roken probeert te ontmoedigen en de sigarettenrokers zelfs van de terrasjes wil weren.

Ik wil niet banaal zijn, maar ik voorspel dat de burger er nog een zware pijp aan zal roken. Waar miljardenwinsten in het geding zijn, steekt de ­georganiseerde misdaad als vanzelf de kop op en die laat zich heus niet wegsturen door een paar kleinschalige experimentjes.

Max Pam

Beeld Shutterstock

Brill

Songs uit een vorig tijdvak geven soms een verrassend inkijkje in veranderende mores. In 1934 schreef en componeerde Cole Porter het aanstekelijke I Get a Kick Out of You. In het lied komen diverse verlokkingen langs, maar niets en niemand kan de ik-figuur zo bekoren als zijn/haar geliefde. Een van de strofes luidt:

Some get a kick from cocaine
I'm sure that if I took even one sniff
That would bore me terrifically too
Yet I get a kick out of you

Cocaïne is opgevoerd als een genotmiddel dat in Porters kringen kennelijk niet uitzonderlijk of omstreden was. Hij voelde zich niet verplicht om aan deze 'kick' een bestraffende lading te geven.

Dat is met terugwerkende kracht extra opvallend, omdat in datzelfde jaar 1934 de regering van president Franklin Roosevelt nog maar pas de Prohibition, het verbod op de productie en verkoop van alcoholische dranken, had herroepen.

De uit 1920 stammende wet had alleen maar contraproductief gewerkt, maar de sfeer van verder­felijkheid die rond alcohol hing, verdween natuurlijk niet met de opheffing van het verbod. Over drugs werd nauwelijks gesproken.

Veertig jaar later waren de bordjes drastisch verhangen. Richard Nixon was de eerste president die verdovende middelen de oorlog verklaarde. In 1970 werden de straffen voor handel en gebruik aanzienlijk verhoogd en drie jaar later zag de Drug Enforcement Administration het licht.

Er was zeker reden voor alarm. Ruim tien procent van de Amerikaanse soldaten in Vietnam bleek een heroïneverslaving te hebben opgelopen. Nieuwe harddrugs deden hun intrede en in de jaren tachtig had met name goedkope crack een verwoestende uitwerking op de zwarte gemeenschap.

Maar de war on drugs nam excessieve vormen aan. De nadruk kwam te liggen op repressie en het onderscheid hard- en softdrugs verdween nagenoeg. Nederland had de twijfelachtige eer te fungeren als model van een door lankmoedig beleid ontspoorde natie. Congresleden verkondigden dat in Amsterdam de verslaafden op de trappen van kerken lagen en dat inwoners en bezoekers werden geterroriseerd door de drugscriminaliteit.

Anno 2018 lijkt de slinger zich weer naar het kalmere midden te bewegen. In vier westelijke staten is de verkoop en consumptie van marihuana gelegaliseerd. Zelfs in het Alaska van Sarah Palin kun je rustig een jointje opsteken. Een vorm van ontspanning die te begrijpen valt, want hoeveel ruige natuur de dunbevolkte staat ook heeft, na een tijdje is het er terrifically boring.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden