Column

De grijze activiste was niet boos op mij, gelukkig

Patrick MeershoekBeeld Maarten Steenvoort

Een van de bijkomstigheden van dit werk is dat ik geregeld word uitgenodigd voor een kop koffie. Gek ­genoeg zijn het vaak mensen die boos zijn over iets wat ik heb ­geschreven. Of over iets wat ik niet heb opgeschreven, want boosheid is een kamerplant die ­weinig aandacht nodig heeft.

Zo'n uitnodiging voor een latte furioso begint doorgaans met een uiteenzetting op hoog volume. Ik wacht rustig af tot de beller naar adem hapt om zijn aanklacht te vervolgen, en maak van de pauze gebruik om terug te schreeuwen dat hij zich misschien beter in Noord-Korea kan vestigen, als hij zoveel moeite heeft met de vrije pers.

Een onzinnig argument natuurlijk, maar een onverwacht voortbestaan onder de vleugels van de grote leider Kim geeft klaarblijkelijk zo veel stof tot nadenken dat de mensen er toch even stil van worden. "Misschien moeten we maar een keer een kop koffie drinken," klinkt het dan, bij wijze van uitgestoken hand.

"Doen we dat bij mij in Amsterdam of bij jou in Pyongyang?" rek ik het lijden aan de andere kant nog wat, want als je ze eenmaal angstig en verward in dat akelige land hebt ronddwalen, is het zonde om ze met het eerste vliegtuig meteen weer naar huis te halen.

Vorige week zat ik aan de kalme koffie in Zuidoost, thuis bij een ­mevrouw van 86 met de gunstige reputatie van een lastpak en een bemoeial. In de woonkamer tikte de klok zoals vroeger bij mijn oma, maar op de salontafel lagen in plaats van de Story en de Privé dikke stapels rapporten en ruimtelijke plannen, munitie voor de komende aanval op het lokaal bestuur met zijn ramp­zalige voornemens.

Het is een beetje een type geworden, die vrouwen op leeftijd die er een sport van maken bestuurders buikpijn te bezorgen met lastige vragen over de uitvoering van het beleid. Intelligent, kritisch, goed ingevoerd en voor de duvel niet bang: elk stadsdeel zou er een paar van moeten hebben. Misschien doen we er goed aan ze te klonen, voor als ze er straks niet meer zijn.

De grijze activiste was niet boos op mij, gelukkig. Terwijl ik mijn koffie dronk, vertelde zij verhalen. Bij voorbeeld over haar moeder die in de laatste winter van de oorlog samen met de buurvrouw helemaal naar Emmen was gelopen en na vier weken was teruggekeerd met drie zakjes tarwe, een welkome afwisseling van het toen gangbare dieet van suikerbieten en bloembollen.

We maakten nog een wandeling door de buurt, en toen ik op mijn horloge keek, bood zij aan mij naar de metro te brengen. Bij haar auto aangekomen zag ik dat iemand met een scherp voorwerp het woord hoer in de motorkap had gekrast.

Toen ik ernaar vroeg, haalde mijn gastvrouw haar schouders op en ze vertelde dat ze een paar weken terug een paar jongens uit de buurt had aangesproken op hun gedrag.

In de metro terug naar de stad bedacht ik hoe graag ik de jongens wilde vertellen dat ze hersenloze klootzakken zijn. Bij een kopje koffie natuurlijk.

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool. Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden