Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

De grenzen van het Haagse sprookjesbos komen in zicht voor Mark Rutte

PlusTheodor Holman

Hij geniet er te veel van. Opeens zag ik dat het bijna zielig begon te worden. ­Bijna. Hij liep over het Haagse Voorhout, kreeg een microfoon onder z’n neus gedouwd, lachte alsof het een zenuwtrek was, en genoot.

Maar hij genoot dus te veel.

Hij genoot niet echt.

Zijn lach beschermde hem tegen een on­bestemde angst.

Zijn genieten was een kramp.

Mark is het jongetje dat in de Efteling is geboren en daar elke dag in een kabouterpakje door het sprookjesbos rondhuppelt. Hij denkt dat het sprookjesbos de echte wereld is.

Zo denkt Mark dat de Haagse wereld de echte wereld is.

Maar het sprookjesbos kent grenzen, en die zijn bedreigend voor ons kaboutertje. Daar achter wonen de echte wilde beesten. Daar wonen de ware prinsessen met de rode schoentjes. Daar hebben de Langnekken het wel op jou voorzien.

Wat zou Mark moeten buiten het Haagse sprookjesbos?

Zijn redding zou zijn als hij er minder krampachtig van genoot.

Maar dat kan hij nog niet.

Mark is de enige die ik ken die van zijn lach een kunst heeft gemaakt. Hij verbindt ermee en houdt er tegelijkertijd de mensen mee op afstand. Hij verzoent ermee maar het maakt hem ook ongeloofwaardig.

Politiek is zijn familienaam.

Hij heeft mamma Merkel nodig. Pappa Macron. En de rest zijn broertjes en zusjes, neefjes en nichtjes. Tot slot zijn de journalisten zijn achterneven en -nichtjes. Hij laat ze graag bij hem op schoot zitten.

Hij is dol op zijn familie.

Maar wat als hij die familie straks moet verlaten?

Wil hij dat? Moet hij dat?

Hij kan het niet.

Daarbuiten is het angstig. Daar lach je alleen als er iets leuks staat te gebeuren en niet om te overleven.

Als Mark de Haagse politiek verlaat, zal het sowieso geforceerd zijn, zelfs als hij beweert dat hij het wil.

De grenzen van het Haagse sprookjesbos komen voor hem in zicht.

De kabouter wordt ouder. De mondhoeken krijgt hij niet helemaal meer overeind.

Hij wil wel, maar mag hij het nog willen, kan hij het nog willen?

Politiek is voor hem een Ikeakast die hij blind in elkaar kan zetten.

Wie wil nog zo’n kastje?

Daar loopt hij over het Voorhout.

Een journalist wil hem wat vragen.

Zijn mondhoeken trekken naar zijn oren. Hij voelt vlotheid door zijn aderen stromen.

Hij geniet.

Tegen beter weten in. Alsof hij kramp heeft.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden