Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

De Gravenstraat in, als ‘de Groningse huishoudster’ naar het onderduikadres

PlusMarjolijn de Cocq

‘Nog een paar stappen en ze was thuis.’ Jet keert na haar onderduik in Haarlem terug naar haar ouderlijk huis in de Zoutsteeg. Maar thuis is geen thuis meer, er zijn nieuwe bewoners en ze zal haar ouders nooit meer terugzien. Moedeloos zakt ze neer op het buitentrappetje, ze weet niet meer waar ze naartoe moet.

Het is een scène uit Wat ik moest verzwijgen van de Amsterdamse Ariëlla Kornmehl, in 2013 verschenen bij uitgeverij Cossee. ‘Het stoepje en de voordeur zijn nog authentiek, daar zag m’n oma Letty haar ouders voor het laatst, voordat ze werden gedeporteerd,’ berichtte zij na lezing van de column waarin ik had geschreven over een plaquette die ik tijdens een van mijn wandelingen door de stille stad had gezien. ‘In dierbare herinnering’ voor Alette Henriette Krammer (1916-2010), echtgenote van Paul Karafiol (1905-1992) en geboren op 4 september in de Zout­steeg – roepnaam ­Letty.

Letty was de dochter van de Friese Salomon Krammer en de Groningse Betje Druijf, die beiden zijn vermoord in Auschwitz. Haar verhalen over de oorlog waren Kornmehls inspiratie voor de roman, die ze opdroeg aan Letty’s achterkleindochters Laila en Emma.

De blonde ‘Jet’ had in de steeg afscheid genomen van haar ouders, haar vader had de sleutel nog een keer omgedraaid in het slot van de voordeur. Na een laatste vluchtige zoen – ze mochten niet opvallen – was ze, nagekeken door haar ouders, de Gravenstraat ingelopen, op weg naar het onderduikadres waar ze als ‘de Groningse huishoudster’ te boek zou staan. Zij, die nooit een stofdoek had vastgehouden. Haar moeder had hun huishoudster een paar dagen voor vertrek gedag gezegd, ze zouden ‘op vakantie gaan’. Bij de spullen die klein en belangrijk genoeg waren om mee te nemen het zilverwerk, deels van haar grootouders uit Groningen afkomstig. ‘Als het nodig is, betaal je hiermee.’

Jets ouders hadden niemand tot last willen zijn en voor zichzelf voorlopig een hotelkamer gereserveerd in de buurt. Zij was jong en had meer kansen, had haar vader haar nuchter voorgehouden, toch begreep ze niet waarom ze niet bij elkaar konden blijven.

Ze zouden elkaar gauw weer zien.

Ze zouden bellen, zo vaak mogelijk.

Terug in de Zoutsteeg hoort Jet de stem van haar moeder helderder dan ooit te voren. De nieuwe bewoners, ze woonden hier intussen al een paar jaar, verzoeken haar te verdwijnen bij de voordeur, dreigen met de politie.

Binnenkort wandel ik met Letty’s kleindochter door haar verleden. Volgens Kornmehls moeder, dochter van Letty en Paul Karafiol en in 1948 geboren, zijn ‘dit soort dingen’ nooit toeval.

Marjolijn de Cocq schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden