Plus Opinie

‘De geesteswetenschappen dreigen kopje onder te gaan’

Maandag vergadert de Tweede Kamer over de toekomst van het hoger onderwijs. De geesteswetennschappen dreigen volgens Daniël Knegt kopje onder te gaan. 

Studenten prostesteren tegen bezuinigingen op het hoger onderwijs tijdens de bezetting van het P.C. Hoofthuis. Beeld ANP/Koen van Weel

De geesteswetenschappen zijn een heel mooie, maar inmiddels zo goed als kaalgeplukte kip. Bezuiniging na bezuiniging is er in de afgelopen jaren overheen getrokken, als waren het lagedrukgebieden in een ouderwetse ­Hollandse zomervakantie. Soms ging de bezuiniging gepaard met de (zelden nagekomen) ­belofte dat er na de pijn extra investeringen zouden volgen.

Opleidingen verkleinden het vakkenaanbod en het personeelsbestand en lieten het overgebleven personeel harder werken, als het even kan voor minder geld. De makkelijkste manier om dat voor elkaar te krijgen is rommelen met de uren-normering.

Docenten zijn doorgaans zo bevlogen – het bijdragen aan de academische vorming van jonge mensen – dat ze toch wel goed onderwijs zullen geven, ook als ze ­daarvoor slechts een deel van de gewerkte uren betaald krijgen en dus feitelijk een deel van de dag gratis staan te werken. Wie daar een ­probleem mee heeft, staat het vrij om te vertrekken. Veel docenten werken op tijdelijke contracten en er zijn steeds minder vacatures. Wie te moeilijk doet staat dus zo op straat, en een andere kandidaat is snel gevonden.

Tientallen miljoenen

Inmiddels is er zoveel weggesneden, zoveel gerommeld met de uren-normering van docenten en zoveel verschraald in het onderwijsaanbod dat er weinig meer te halen lijkt. Een aantal opleidingen is opgeheven, wat ertoe heeft geleid dat sommige studies in Nederland niet meer bestaan.

Slechts heel soms (Nederlands op de VU) leidt dat kortstondig tot opschudding en Kamervragen. Toch stelt de commissie-Van Rijn voor om nog eens structureel tientallen miljoenen weg te halen bij de geesteswetenschappen. Ook op de sociale, juridische en medische wetenschappen moet worden gekort, om in totaal ruim 100 miljoen per jaar over te hevelen naar de bètawetenschap, met het oog op behoeftes van de arbeidsmarkt.

Daar is een hoop over te zeggen, bijvoorbeeld dat reageren op de arbeidsmarkt altijd pas vertraagd effect heeft (studenten moeten immers eerst hun studie afmaken) en dat de markt dan heel anders kan zijn. Zo zijn er in de afgelopen decennia steeds afwisselend te veel en te weinig artsen en juristen opgeleid.

Een schrijnende miskleun van dit arbeidsmarktdenken zijn bijvoorbeeld de 1.600 afgestudeerden per jaar die de hbo-opleidingen in gamesdesign voortbrengen. Ondanks aantrekkelijke brochures met mooie beloftes over de booming vaderlandse gamesindustrie blijken er uiteindelijk in Nederland nauwelijks banen voor hen te zijn.

Arme sukkels

De meeste studies bij geesteswetenschappen monden niet automatisch uit in een beroep, ­zoals dat bij rechten, tandheelkunde en de ­managementstudies wel het geval is. Van de honderden historici, filosofen en literatuurwetenschappers die in Nederland jaarlijks hun studie voltooien gaat slechts een klein deel ­verder in het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek.

Een iets grotere groep wordt leraar geschiedenis, filosofie of Nederlands aan een middelbare school, maar een ruime meerderheid belandt op allerlei andere plekken. In de media, in overheidsdienst, in het bedrijfsleven – overal zijn geesteswetenschappers te vinden. En zij zijn ­alles behalve arme sukkels die uit medelijden aan een baantje zijn geholpen.

Geesteswetenschappers zijn gewend om complexe multicausale verklaringen te hanteren. Ze hebben geleerd analytisch te denken en schrijven op hoog niveau, en ze kunnen beter dan mensen uit andere wetenschapsgebieden over de grenzen van hun eigen discipline heen kijken. Hun specialisme is namelijk, hoe specifiek ook, per definitie verbonden met mens en maatschappij.

Misschien is dit wel de reden dat de vorige en de huidige minister president (en zijn luidruchtigste uitdager van dit moment) allemaal geschiedenis hebben gestudeerd.

Dubbel kwetsbaar

Toch zijn de geesteswetenschappen dubbel kwetsbaar voor dit arbeidsmarktdenken. Er is geen bestuurslid van VNO-NCW dat bij de ­minister met de vuist op tafel slaat omdat er ­onmiddellijk meer geld naar de taal- en cultuurstudies moet. Bovendien vloeit er maar heel weinig geld vanuit het bedrijfsleven naar geesteswetenschappelijk onderzoek. 

Het bèta-onderzoek is veel succesvoller in het binnenhalen van deze zogenaamde derde geldstroom, uiteraard omdat het leidt tot innovatie en dus tot nieuwe winstgevende toepassingen voor bedrijven. Wellicht zou dit een reden zijn om juist meer overheidsgeld naar de alfawetenschappen te laten vloeien, die hier immers veel afhankelijker van zijn, maar zo wordt er op het ministerie niet gedacht.

Bovenal betekenen de voorstellen van de commissie-Van Rijn de zoveelste klap voor de geesteswetenschappen, een wetenschapsgebied dat het doorgaans niet van zijn meetbare toegepaste waarde moet hebben.

Het lijkt me zo langzamerhand tijd om een keuze te maken: óf we kappen ermee, slachten de kip en eten haar op (al zal een oude magere kip niet zo lekker smaken), óf we verzorgen haar beter en waarderen haar niet om haar meetbare bijdrage aan de BV Nederland of de hoeveelheid industriële patenten maar om wat ze is. En we blijven er voorlopig met onze poten van af.

Daniël Knegt, docent nieuwste geschiedenis, Universiteit van Amsterdam
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden