James Worthy.Beeld Agata Nowicka

De feestelijke naturalisatie van mijn vader

PlusJames Worthy

Mijn vader, mijn moeder en ik zitten in de Boekmanzaal van het stadhuis. Het is maandagmiddag. Mijn vader gaat Nederlander worden op een maandagmiddag. In de zaal staan zo’n honderd uitgeklapte klapstoelen. Op een groot scherm komen allemaal foto’s van Amsterdam voorbij. De Zuidas, de Amstel, een bakfiets vol peuters, het Vondelpark, vissende kinderen in landelijk Noord, een overvol terras, twee kussende vrouwen, een brug, een oude tram.

Dit is de eerste keer dat ik een naturalisatieceremonie bijwoon en het is prachtig. De hele wereld zit in de Boekmanzaal. Mensen uit de Filipijnen, Irak, Canada, Oekraïne, Turkije, Ghana, Egypte, Pakistan, Roemenië, Gambia, Nepal, China en Guatemala.

Ik zit naast mijn moeder en naast haar zit mijn vader, die in 1949 in Liverpool werd geboren.

In 1974 kwam hij naar Amsterdam voor werk. In een kroeg op de Martelaarsgracht kwam hij mijn moeder tegen. Ze dacht dat hij een taxichauffeur was. Inmiddels zijn ze 44 jaar getrouwd. Over een lange rit gesproken.

Papa moet naar voren komen om de verklaring van verbondenheid af te leggen. Op het grote scherm staan de volgende zinnen: ‘Ik verklaar dat ik de grondwettelijke orde van het Koninkrijk der Nederlanden, haar vrijheden en rechten respecteer. En beloof de plichten die het staatsburgerschap met zich meebrengt getrouw te vervullen.’ Ik lach, omdat ik bijna zeker weet dat mijn vader niet weet wat ‘getrouw’ betekent. Hij loopt het podium op. Hij heeft zijn netste trui aangetrokken en een rode sjaal om zijn nek. Dan steekt hij zijn rechterhand de lucht in en zegt: “Dat verklaar en beloof ik.” Iedereen klapt. Met een Bevestiging van verkrijging van het Nederlanderschap loopt hij het podium af. Een fotograaf zet hem voor een grote afbeelding van het Paleis op de Dam neer en neemt een foto. En opeens is mijn vader Nederlander.

Als iedereen geweest is, zingen we het Wilhelmus.

Na de ceremonie is het tijd voor een hapje en een drankje. Zo stond het ook op het formulier. Een hapje en een drankje. Er zijn bitterballen, blokjes kaas en er is haring. “Zo, het mag allemaal wat kosten. Het zijn onze belastingcenten die hier worden opgemaakt,” zeg ik tegen mijn moeder. Op een lange tafel staan glazen frisdrank. Ze zijn maar voor de helft ingeschonken. De man die ooit in Gambia werd geboren bijt de bovenkant van een bitterbal af en blaast de warmte uit de ragout.

Ik ben blij dat mijn vader Nederlander is geworden. Vanochtend zag ik een stuk piepschuim in de gracht drijven. Het deed me aan het Verenigd Koninkrijk denken. De onzekerheid. Dat gammele. Als je een nieuwe televisie koopt zit er veel piepschuim in de doos. Dit zorgt ervoor dat de televisie heel blijft. Maar wie zorgt ervoor dat het piepschuim heel blijft als de televisie aan de muur hangt? Niets is zo breekbaar als de dingen die ervoor moeten zorgen dat andere dingen niet breken. Het geboorteland van mijn vader is een eiland van piepschuim in een woedende zee.

Papa duwt een stuk kaas in zijn mond. Iedere maandagmiddag worden in de Boekmanzaal zo’n vijftig mensen Nederlander. En Amsterdammer.

Het is wondermooi.

Amsterdam is en blijft een wereldstad. Ze is misschien gebouwd op palen, maar ze steunt op mensen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden