Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

De ergste rellen moeten nog komen

PlusTheodor Holman

Rellen, auto’s in brand steken, stenen gooien naar politieauto’s, dat is domweg leuk om te doen als je niets hebt, niks kan en niet weet hoe je toekomst eruit ziet.

In mijn jeugd waren er zulke momenten.

Toch relde ik niet zomaar.

Dat kwam omdat ik bang was voor straf van mijn ouders.

Schuldgevoel, omdat je de moraal van je opvoeders hebt overtreden, komt vaak harder aan dan een draai om je oren.

Later relden we als studenten wel. Er werd een verbond aangegaan met arbeiders. En de rotzooi die we maakten vonden we gerechtvaardigd, want we waren tegen het kapitalisme dat de arbeiders als slaven had behandeld.

Ik was destijds een gelovige en ben goddank van mijn geloof gevallen. Wie van zijn geloof valt, krijgt daar ook een schrijnend schuldgevoel voor terug – en dus weer die draai om zijn oren.

Zodoende weet ik dat de ergste rellen nog moeten komen.

Nu zijn het nog opgeschoten jongeren. Ze wéten dat het niet mag wat ze doen. Ze zijn stoer voor de lol.

Maar als straks studenten gaan rellen, gaat het er harder aan toe, opgejut door hoogleraren die zich bedreigd voelen.

De eerste verschijnselen zie je al. Beelden moeten omver worden gehaald. Er worden mensen onder druk gezet om ‘het moreel juiste’ te doen. Men wordt ‘geadviseerd’ cursussen te volgen. Het Amsterdamse Fonds voor de kunst, onder voorzitterschap van Felix Rottenberg, eist een bepaalde manier van denken. En kunstenaars moeten wel volgen, anders verdwijnt hun subsidie. (Het museum Ons’ Lieve Heer op Solder, de voormalige schuilkerk met een geweldige geschiedenis, is de subsidie afgepakt met een weerzinwekkend agressieve brief waaruit je alleen maar kunt concluderen dat ze niet in de pas liepen. Een schande. Eén ding is duidelijk: het Amsterdamse Fonds voor de Kunst houdt niet van kunst.)

Het broeit en broeit en de puist zal openbarsten.

Dan komen er grote rellen. Dan staan er namelijk geen schoffies tegenover de politie, maar verschillende groepen, elk gedreven door hun eigen fanatieke idealisme, geschraagd door meelopers die ook held willen zijn.

Is het tegen te houden?

Nee. Of misschien wel. Clichés zijn hier van toepassing: de dingen gaan zoals ze gaan, de oproerkraaiers van nu worden de blauwe pakken van morgen en elke revolutie eet zijn eigen kinderen op. Elk idealisme verliest uiteindelijk goddank z’n kracht.

Maar eerlijk is eerlijk: ik heb tegenwoordig zo’n zin om de boel kort en klein te slaan...

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden