Plus Column

De enorme billen stappen opzij, daar is het pasgeboren olifantje

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Iedereen draagt poncho's. Hier en daar haast een rode vari zich over het pad. En de roze pelikanen schuilen rug aan rug onder de bomen. Maar mij kan de onophoudelijke regen niks schelen; ik ben op weg naar het pasgeboren olifantje. Bébé éléphant, zou chansonnier Dick Annegarn zeggen.

Al sinds groep 3 zijn olifanten mijn lievelingsdieren en in groep 4 hield ik er mijn spreekbeurt over.

Ik viel op de grote flaporen, de gekke, lange slurf, hun massieve grootte. En in de loop van de jaren kwam ik er steeds meer achter hoeveel personality die beesten hebben. Maak geen ruzie met ze, want dan roepen ze hun broers en dan komen ze je halen. Maar tegelijkertijd zijn ze ook verschrikkelijk lief.

Op YouTube kan ik eindeloos naar ze kijken. Hoe een olifantje ontdekt wat ie allemaal met zijn slurf kan. (Pootje los, pootje vast, pootje los, vast, los.)

Of hoe slim die beesten zijn: als ze met z'n allen een drukke weg moeten oversteken, laten ze eerst de twee grootsten van de groep de rijbaan blokkeren. En ik volg hoe geduldig de hoogzwangere vrouwtjes rondwaggelen, na een zwangerschap van 21 maanden, om vervolgens in slechts twee minuten de baby op de wereld te lanceren.

Voor de ingang van het dierenverblijf hoor ik de olifanten al trompetteren. Een handvol natgeregende kraamvisite schuifelt naar binnen. Ik wurm me langs een paar hotdogs etende studenten en glip het verblijf in.

Twee gigantische grijze billen. Dat is het enige wat ik zie. En wat flapperende oren, terwijl het helemaal niet warm is hier binnen (dat weet ik nog van de spreekbeurt). Ik steek mijn neus door de tralies en probeer tussen het hooi te kijken; misschien ligt het olifantje wel te slapen. Maar niks.

"Ze is er wel hoor," probeert de dierenverzorger de olifantenfans gerust te stellen. "Ze verstopt zich achter haar moeder." Ik zucht. Ik snap het wel, dat zou ik ook doen als ik nog maar twee dagen oud was, maar ik kan niet voorkomen dat ik toch lichtelijk teleurgesteld ben. De vrouw in de blauwe Artisjas ziet het. "Wacht nog heel even," zegt ze tegen me.

Dan stappen de enorme billen opzij, als een toneeldoek dat openschuift. "Ahhh," zeg ik. "Daar is ze! Echt klein. Wat een schátje. Zóóóó lief. En wat heeft ze veel haar! Ze is ook donkerder dan haar moeder. Dat smoeltje ook. Té schattig."

Als we weer naar buiten worden gedirigeerd, regent het nog steeds, harder zelfs dan zo-even, maar het kan me nog steeds niks schelen.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op dinsdag en donderdag voor Het Parool vanuit de stad. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden