Opinie

'De ene salafist is de andere niet'

Alle banden met salafistische moskeeën verbreken of bevriezen is slecht voor de stad Amsterdam, stelt Ibrahim Wijbenga in een opiniestuk in Het Parool van vrijdag 15 januari.

Een salafist in Gaza-Stad demonstreert in januari 2015 tegen het Franse weekblad Charlie Hebdo. Beeld reuters

Eind vorig jaar nam de Tweede Kamer een motie van PvdA en VVD aan met de oproep een onderzoek te doen naar een verbod van salafistische organisaties. Voor deze organisaties moet dat een wake-upcall zijn.
Je kunt niet met je rug naar de samenleving staan en iedereen die het niet met je eens is als vijand beschouwen. Wij leven in een land dat voor 60 procent niet-religieus is en een breed scala aan levensbeschouwelijke stromingen kent. Dan moet je niet gek opkijken als de overgrote meerderheid de salafistische beweging niet begrijpt.

Deze beweging keert zich niet alleen af van onze samenleving, maar verwerpt ook de democratie. PvdA-Kamerlid en motie-indiener Ahmed Marcouch ziet het salafisme als 'voorportaal voor het gewelddadig jihadisme'. Maar op zijn typering 'een politieke ideologie met een façade van orthodoxie' valt veel af te dingen. Marcouch staat zelfs voor om alle contacten te verbreken en spoort daar burgemeesters actief toe aan.

Dialoog
Een onderzoek naar deze bewegingen steun ik. Maar de salafistische beweging moet niet over één kam worden geschoren. Amsterdam heeft meerdere, minimaal vier, salafistische moskeeën van verschillende signatuur binnen zijn stadsgrenzen. De salafistische beweging zoekt traditioneel het isolement. Tolerantie is voor haar niet vanzelfsprekend en er zullen dan ook meer botsingen komen tussen 'kerk en staat'. Maar er zijn ook groeperingen die wel de dialoog zoeken.

Goede contacten staan ingrijpen niet in de weg als salafistische groeperingen jongeren hersenspoelen voor het gewelddadig extremisme. Drie voorbeelden daarvan. Het Haagse gemeenteraadslid Abdoe Khoulani, van de Haagse Partij van de Eenheid, wilde in deze stad een islamitische school beginnen. Terecht is hij op een zijspoor gezet na zijn uitspraak 'hup Isis, op naar Bagdad'. Een van de zogenoemde sleutelfiguren voor de aanpak van radicaliserende moslims in Amsterdam is door de gemeente afgedankt uit wantrouwen over zijn motieven. Verschillende jongerencentra hebben actief rond 2012-2013 rondtrekkende jongeren die een kalifaat voorstaan geweerd in deze stad.

Niet zeuren
Het is dus onzin om te stellen dat lokale bestuurders op hun handen zitten. Je zou kunnen stellen dat de salafistische beweging wordt behandeld als een 1 procent-motorclub. Dat wil zeggen: persoonsgerichte barrières opwerpen bij het stichten van moskeeën en scholen, imams weren van conferenties, invloed binnen het onderwijs bestrijden.

Er zijn al voldoende rechterlijke instrumenten om de integriteit van imams te toetsen en de rechter kan de komst van extremistische imams tegenhouden. Salafistische moskeeën moeten dan niet zeuren. Ze weten waar ze aan beginnen als ze dergelijke predikers uitnodigen. Ook Nederlandse moslims moeten niet gaan klagen over islamfobie als een salafistische groepering wordt verboden. Vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting zijn geen paraplu voor haatzaaien. Het zou idealiter zo moeten zijn dat binnen- en buitenlandse predikers geen kans krijgen om hun extremistische gedachtengoed in ons land uit te dragen.
Máár: alle banden met deze moskeeën verbreken of bevriezen is slecht voor de gemeente en slecht voor de stad Amsterdam. Er zijn talloze onderwerpen waarvoor deze moskeeën moeten zijn ingebed in een structuur tussen lokale overheid en het maatschappelijk middenveld: het vluchtelingenprobleem, gewelddadig extremisme, armoedebestrijding, pleegzorg of moslimhaat.

Haarvaten van de samenleving
Het is onwenselijk een streep te zetten door die contacten. Het getuigt juist van goed bestuur om proactief de normen en waarden uit te dragen van onze samenleving. Dus het ontbieden van moskeebesturen als de nood daar is zonder direct naar de rechter te stappen.

De aanpak en preventie van gewelddadig extremisme is gebaseerd op goede contacten met 'de haarvaten van de samenleving'. Daar is Amsterdam trots op. Maar dat contact is vaak zeer broos. Zeker als wij groepen bij voorbaat uitsluiten omdat zij van salafistische signatuur zijn. Naar de rechter stappen kan altijd nog, maar dat is ook een bewijs dat er geen contact is en moskeebestuur en college mijlen ver van elkaar verwijderd zijn geraakt.

Daarom een oproep aan de salafistische besturen. Wees transparant en open. Draai niet langer om het conflict tussen democratie en theocratie heen, maar maak dat bespreekbaar. Dan ontkracht je clichés als 'voorportaal van gewelddadig jihadisme'.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll dan naar beneden om een reactie te plaatsen.

Ibrahim Wijbenga Beeld .
Ibrahim Wijbenga

is jongerenwerker en oud-raadslid CDA Eindhoven.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden