Gijs Groenteman. Beeld Artur Krynicki

De elektrische gitaar is iets voor oude mannen

Plus Gijs Groenteman

Er is bijna geen ­fijnere handeling te bedenken dan het omhangen van een elektrische gitaar. Een cool gebaar: gitaar bij de nek pakken, gitaarbandje om de schouders, en dan hangt ie daar: dat magische, machtige plankje met zes snaren waar zo’n verwoestend geluid uit kan komen. Sinds eind jaren vijftig weten we: er is niets aantrekkelijkers dan jongens of ­meisjes die op hun elektrische gitaar staan te rammen.

En iedere tiener die elektrische gitaar speelde, wist, nee, hóópte dat zijn gitaar het begin was van een leven vol roem, verre reizen, spetterende muziek en – in mijn geval – aandacht van de vrouwtjes. Zoals jongens die kunnen voetballen, dromen van een ­leven bij Ajax, en daarna Barcelona.

Maar meestal loopt het anders. Nadat ik in mijn tienertijd ontelbaar veel uren in mijn kamertje had doorgebracht met die elektrische gitaar en een viersporenrecorder, werd ik volwassen. En verdween de elektrische gitaar naar de stofhoek, ergens bij de andere vergeten dromen. ­Zelden werd hij nog aangeraakt. En áls ik het al deed, bleek dat ­alle bravoure die ik vroeger had ­geheel was verdwenen.

Een paar jaar geleden kruiste mijn pad dat van Milos, een ­geweldige gitarist en gitaar­leraar, bij wie ik weer eens lessen nam. Al snel kwam ik tot de kille conclusie dat het leven vol roem, verre reizen, aandacht van de vrouwtjes en spetterende muziek verder weg leek dan ooit. Als ik zat te ploeteren om Here, There and Everywhere ­onder de knie te krijgen, dacht ik alleen maar: waarom toch?! Alras zat ik in de lessen voornamelijk naar Milos te luisteren, die goddelijk Bach speelde op zijn Spaanse gitaar.

Milos leerde me een paar ­belangrijke lessen. Allereerst hoe belangrijk George Martin was geweest voor The Beatles. En ook had hij een mooie ­beschouwing over de gitaar, ­volgens hem ‘hét instrument van de vorige eeuw’.

Aan die laatste zin denk ik nog vaak, omdat de elektrische ­gitaar gedateerd aan het raken is. Als je tegenwoordig zeventien en geniaal bent, op zoek naar roem en succes, word je dj of hiphopper. In de gitaar-gedreven popmuziek, die ik braaf volg, gebeurt zelden nog iets ­revolutionairs of spectaculairs.

Pasgeleden was ik bij een ­concert van The Raconteurs, een band van mijn held Jack White, een fantastische en snoeiharde gitarist. De zaal zat vol met kale mannen. Jack ­White kwam op en schopte om te beginnen met luid geraas zijn ­gitaar omver. Het voelde als een ritueel, een ode aan The Who en Jimi Hendrix en Led Zeppelin. Die deden datzelfde toen ze jong, woedend en geil waren.

Nu was het iets van vroeger.

De elektrische gitaar is iets voor oude mensen geworden, net zoals jazz en klassieke ­muziek.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column. Lees al zijn bijdragen in het archief.

Reageren? gijs@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden