Jessica Kuitenbrouwer.Beeld Artur Krynicki

De drukte was blijkbaar niet het probleem voor de nerveuze teckel

PlusJessica Kuitenbrouwer

Hondje 2 maakt een bokkensprong de Zeedijk op. Met haar neus aan de tegels speurt ze de verlaten straten af. Alle paal­tjes, bankjes, vuilnisbakken en kleverige stoepaanslag brengt ze in kaart.

We lopen normaal nooit hier. Onze vaste routes leiden door vergeten stegen naar rustigere straten, waar ze alle boomstammen, fietsnietjes en meterkasten al kent. Nu vindt ze opeens oude frietjes, verschaald bier, aromatische communicatie van nog onbekende soortgenoten en zelfs een boterham met pindakaas – haar favoriet. Ze kan haar geluk niet op en rent tot het uiterste van de lijn, sprint weer terug en klemt haar kaken om de boterham die ik uit haar bek worstel.

Hondje 1 is minder avontuurlijk, maar begint nu ook langzaam van mijn broekspijp te wijken. Als een truffelvarken in opleiding knort ze achter haar zus aan. Ik trek net op tijd de lijn aan, voordat ze samen een stuk pekingeend soldaat maken. Gedrieën bestuderen we een verzameling rare deegballetjes die zit vastgeplakt in een opgedroogde plas roze smurrie. Het rietje zit nog in de open­gesprongen meeneembeker.

Stukje bij beetje ontdekken de hondjes die delen van de stad, waar ik ze juist expres van afscherm. Als twee kleine archeologen puzzelen ze de afgelopen maanden of zelfs jaren aan leven in de ­binnenstad bij elkaar. Niks blijft onop­gemerkt voor hun zintuigen, die zo veel meer beleven dan de mijne.

Op het plein wil hondje 1 vriendschap sluiten met een nerveuze teckel. Zijn baas drijft de teckel driftig dichterbij. Hij trekt hard aan de riem en zet zoveel druk dat de knoopjes van zijn gespannen hemd dreigen te springen. “Ga. Nou. Spelen!” sist hij. “Ze is hartstikke lief.”

Ik zeg hem dat het niet uitmaakt, dat we niet beledigd zijn. Hij vertelt dat de teckel continu zo nerveus is. Dat hij had gehoopt dat hij, nu het rustiger was op straat, eindelijk zijn draai zou vinden, maar dat de drukte blijkbaar niet het probleem was.

“Binnen is het prima, maar buiten is het altijd piepen. En ik nam hem juist zodat ik vaker naar buiten zou gaan!” Hij veegt met zijn pols wat zonnebrand van zijn voorhoofd.

“Maar de mevrouw van de dierenwinkel zegt dat het beter zal worden. Die had ooit een nerveuze kat, die op latere leeftijd alsnog kalmeerde.”

Ik onderdruk mijn lachen en wens hen beiden het beste. Twee grote bruine ogen loeren argwanend tussen de O-benen van zijn baas door. Volk of geen volk, de binnenstad is niet voor iedereen.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden