PlusMaarten Moll

De dood trapt nog even op het gaspedaal

null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Voor het verzorgingstehuis hiertegenover stond wéér een lijkwagen. En net toen de kist uit het tehuis werd gereden kwam er een vrachtauto van Hornbach voorbij, met op de zijkanten de tekst yippiejaja yippieyeeeeaaaaah!

Het is niet meer te doen.

We zien steeds weer nieuwe gezichten in de kamers aan de overkant. Ik wist niet wie er in de kist lag, maar het raakte me meer dan anders toen de kist in de bordeauxrode wagen werd geschoven.

Toen had ik al vernomen van het overlijden van Paolo Rossi.

De dood trapt zo aan het einde van het jaar nog even lekker op het gaspedaal. (Op het nachtkastje ligt het wielerboek Heldenlevens van de deze week gestorven Martin Ros dat ik aan het herlezen ben.)

Natuurlijk doet het virus, en vooral deze maand (al is sinds maart elke maand ‘the cruellest month’) de weemoed geen goed. Weemoed heeft iets zachts, maar weemoed nu, in december…

Verlangen naar de zomer van 1987 toen ik met mijn broer in een auto van een paar honderd gulden met twee gammele racefietsen op het dak gewoon naar Frankrijk reed om daar de Alpencols uit de Tour op te fietsen. Na een dag lijden op de stampvolle camping aan de voet van Alpe d’Huez verder lezend in Helden­levens. Met de locals in een rokerig café in Saint-Jean-de-Maurienne met handen en voeten het gevaar van de bergen bespreken (werden we nu bang gemaakt voor beren?).

Wanneer gaan we weer?

En dan de zomer van 1982. Toen tijdens het eindejaarsschoolfeest in een kolkend Ruimzicht de docenten buiten de deur werden gehouden en ik voor het eerst goed proefde van het bier en het loeren naar de meisjes pas echt begon. En toen ik idolaat was van Roberto Falcão, de Braziliaanse middenvelder met het nummer 15 die schitterde op het WK dat in Spanje werd gehouden.

Bij Sporthuis Claus kocht ik van mijn eigen geld een witte 1 en een witte 5. Mijn moeder naaide tijdens Italië-Brazilië de nummers op de rug van mijn v.v. Doetinchem-shirt. Het werd de wedstrijd van de Italiaanse spits Paolo Rossi (rugnummer 20). De 1 lag nog op tafel toen Rossi al scoorde. En tegen de tijd dat ook de 5 op het shirt stond had hij dat nog twee keer gedaan en had Brazilië met 3-2 verloren.

Met het gemak waarmee een zestienjarige nog van standpunten kan wisselen, maakte ik die dag Paolo Rossi tot mijn nieuwe held. Ik durfde mijn moeder niet te vragen de nummers 1 en 5 weer uit te halen en te vervangen door een 2 en een 0.

Al die doden, al die thans zestienjarigen in hun kooien, al die bergen die lonken.

Buiten reed de bordeauxrode lijkwagen langzaam weg.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden