Opinie

‘De donuteconomie in Amsterdam is juist hartstikke concreet’

Taaldokter Joost Swanborn schreef vorige week dat de donuteconomie in Amsterdam gebaseerd is op vage taal en dat zij lachwekkende aanbevelingen bevat. Kwartiermaker Ruurd Priester reageert.

De soeptuin Bredius aan de Zaanstraat beoefent duurzame landbouw, passend in een circulaire stad.Beeld Marc Driessen

In het opiniestuk ‘Het gat in de donut van Amsterdam’ veegt Joost Swanborn de vloer aan met de donuteconomie. Die zou niets nieuws bieden, hanteert hol taalgebruik en heeft een gebrek aan concreetheid. Om kort te gaan: het eerste is waar, het tweede een opdracht en het derde een uitdaging.

De donuteconomie biedt niets nieuws. Klopt. Of laat ik het zo zeggen: het combineert bestaande inzichten.

Zo staan de argumenten waarom een economie gebaseerd op eindeloze groei een doodlopende weg is overtuigend op een rijtje. Het alternatief is een 21ste-eeuwse economie, met een eerlijke sociale basis voor iedereen, binnen veilige ecologische grenzen.

De donut, de verbeelding van dat nieuwe doel van de economie, combineert bestaande meetbare indicatoren. De binnenring van die donut wordt gevormd door de sustainable development goals van de VN. De buitenring door de life supporting systems, zoals die door het gezaghebbende Stockholm Environment Institute onder leiding van Johan Rockström zijn vastgesteld. Die plaat van een donut is een van zeven voorgestelde economische principes. En ook hier: geen van die principes is nieuw, maar ze staan wel glashelder bij elkaar.

Dat behalve in Amsterdam wereldwijd in meer dan vierhonderd andere steden, regio’s en landen initiatieven zijn ontstaan om iets met die donut te doen, komt niet omdat er zoveel nieuws in het boek staat. Het komt omdat het ook niet-ingewijden duidelijk maakt dat we de economie anders moeten organiseren. En belangrijker: dat dat ook kan. Dat maakt blijkbaar een grote hoeveelheid positieve energie los.

Hol taalgebruik

Dat het taalgebruik hol overkomt, begrijp ik ook. Groei van het bruto nationaal product, vraag en aanbod: we zijn met begrippen als deze opgegroeid en kunnen ons er van alles bij voorstellen. De taal van het oude economische denken voelt niet hol maar geborgen, veilig.

Maar de verhalen, woorden en beelden die nu al decennialang door economen en beleids­makers worden doorverteld, houden ons ook vast in klassieke denkpatronen. Dat zult u als taalkundige toch herkennen.

De donut houdt al die oude denkers en ons allemaal een spiegel voor, zo zie ik het. We hebben een nieuw economisch verhaal nodig, nieuwe woorden, nieuwe beelden.

Maar zonder concrete voorbeelden lopen die nieuwe woorden en beelden inderdaad het risico om hol te blijven. De opdracht, ik zou bijna zeggen de opdracht aan taaldenkers zoals u, is om die nieuwe woorden begrijpelijk te maken en dat kan door ze aan aansprekende voorbeelden te koppelen.

De stadsdonut van Amsterdam is nou precies zo’n voorbeeld. In de lokale vertaling van het algemene plaatje, van de donut, zijn allerlei concrete doelen en acties bijeengebracht die Amsterdam tot een sociaal eerlijke en ecologisch veilige plek kunnen maken. Plus – en dat is wel nieuw – haar verantwoordelijkheid naar de rest van de wereld bepaalt.

Gebrek aan concreetheid

Dat brengt me bij uw derde kritiekpunt: het veronderstelde gebrek aan concreetheid. Daarover verschil ik volstrekt met u van mening.

Er gebeurt wel degelijk veel concreets rond de donut – en juist ook in onze hoofdstad Amsterdam. Eind 2019 sloten ongeveer dertig lokale partijen een verbond. Ze brengen allemaal op een of andere manier de donut in de praktijk. Het zijn stevig in de samenleving gewortelde lokale netwerken die in buurten ‘donutdeals’ en ‘donutdays’ – zo heten ze nu eenmaal – organiseren. Het zijn ook bedrijven die de donut als doel omarmen.

De Hogeschool van Amsterdam werkt met de bedenker van de donut, Oxfordprofessor Kate Raworth, samen om het economiecurriculum te vernieuwen. Het is, last but not least, de gemeente Amsterdam zelf die ‘de donut’ koppelt aan de stapels projecten in het ambitieuze circulaire economie-actieplan 2020-2025. De energie in dit bonte gezelschap leidde al snel tot de oprichting van de Amsterdam Donut Coalitie. Een snelgroeiende club van inmiddels honderden professionals en hele en halve vrijwilligers die de donut wil en zal gebruiken om ons uit de neerwaartse spiraal van sociale en ecologische crises te werken.

Er gebeurt dus veel concreets. Maar we kunnen er duidelijk over zijn: er gebeurt nog lang niet genoeg. En het moeilijke en uitdagende is: we weten nog niet wat er precies nodig is om de benodigde transitie verder te versnellen. We zijn dat al doende aan het uitvinden.

Bemoedigend is dat de coalitie door veel steden, regio’s en landen wordt benaderd om samen te werken. Dat gebeurt elke dag, en elke dag meer.

Alle hulp is welkom. Zeker ook uit onze mooie stad. Dat geldt ook voor u, mijnheer Swanborn. De donut is een fantastische, bruikbare theorie – maar om die tot leven te wekken is actie nodig. Van iedereen die beseft dat het denken over economie radicale vernieuwing behoeft. Van ons allemaal, uiteindelijk. Zeker ook op het gebied van verduidelijking, van concretisering, van vertaling van hoge doelen naar concrete middelen en herkenbare resultaten.

Misschien kunt u helpen.

Ruurd Priester, Kwartiermaker Amsterdam Donut Coalitie (amsterdamdonutcoalitie.nl).
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden