De dichter naast me vindt z’n longen het mooist aan zijn lichaam

PlusBabs Gons

We wonen allemaal in een lijf. Soms houden we intens van dat lijf, soms verafschuwen we het, dromen we van een ander lijf, vollere lippen, dunnere dijen, meer spieren, beter werkende nieren, een zelfstandig kloppend hart. Soms werkt het perfect, soms laat het ons in de steek. Sommigen van ons zijn er zich nauwelijks van bewust, lopen er een beetje naast. Anderen zijn er de hele dag mee bezig, in de sportschool, in het ziekenhuis, in bed. Pijn en plezier, schoonheid en wanhoop brengt het ons.

De vorm van het lichaam kan ons bekoren en afstoten. Ons lichaam kan veranderen in de publieke ruimte. Een lichaam kan niet toegestaan zijn. Kan politiek zijn. Ongewenst. De kleur van het lijf kan de loop van ons leven bepalen. Wat zich tussen onze benen bevindt. De grootte van onze borstkas. Onze lijven gedragen door botten, die als archiefkasten vol verhaallijnen van voorgaande generaties fungeren. Onze voorouders zien we terug in onze lichamen. Ze bepalen deels de vorm, het verhaal. Onze littekens zijn geschiedenis. Het is beperkt houdbaar.

In een tot zeventig procent gevuld theater geef ik samen met een aantal artiesten, singer-songwriters, dichters, schrijvende performers en woordactivisten, een ode aan het lijf.

Een van de artiesten betoogt met verve hoe het vrouwenlichaam eigenlijk nooit goed is. Een jonge spokenwordartiest verhaalt een stuk over dikke jongens die niet afvallen maar opvallen. Het ontroert ons allemaal. Ik vraag aan de dichter naast me wat hij het mooist vindt aan zijn lichaam. Mijn longen zegt hij, ze doen het zo goed.

Alle lichamen in de zaal lijken zich steeds meer te ontspannen, alsof ze er iets meer mogen zijn. Een vrouw van in de zestig vertelt dat ze heerlijk in haar lijf zit, vooral veel bewegen en de liefde bedrijven geeft ze als tip aan de rest van het publiek. Het kwam ook laatst uit een onderzoek, dat je zo rond de zestig het meest tevreden bent met dat lijf. Dat duurt lang vind ik, met deze kennis zouden we het best eens mogen bespoedigen.

En dat is ook wel de conclusie van de avond, laten we nou vooral eens méér houden van dat lijf. Van elkáárs lijven. Van die prachtige darmen, longen, ellebogen. Van hoofd, schouders, knie en teen. Oren, ogen, puntje van je neus. Darmen, milt, billen. Laten we door de huid heen kijken, ons niet af laten leiden door de vormen en andere uiterlijke tierelantijnen. Niet zozeer de armen zien maar meer hoe ze ons vasthouden. Niet de jukbeenderen en de slanke vingers maar de behulpzaamheid die eruit voort komt.

Kunstwerken zijn we allemaal, herhaalt de schrijfster-activiste een paar keer voordat we allemaal met onze lijven het theater verlaten, de wereld weer in.

Spokenwordartiest, schrijver en ­docent Babs Gons maakt ons deelgenoot van haar belevenissen. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? b.gons@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden