Paul Vugts. Beeld Artur Krynicki
Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

De crimineel sprak over moord en doodslag als over het kopen van een pak melk

PlusPaul Vugts

Telefoon uit de bajes. Het blijft voor misdaadverslaggevers een opmerkelijk element in het onderhouden van contacten met criminelen. De ene categorie gedetineerden belt via de reguliere, vaste lijn op de afdeling. Dan zul je onmiddellijk moeten opnemen, want terugbellen kan niet. Die vaste lijn wordt veelal afgeluisterd, dus het gesprek draait soms wat om de hete brij heen, in omfloerste bewoordingen.

Een andere categorie gedetineerden heeft stiekem een mobiele telefoon op zijn cel – of mag er een lenen. Dat geeft het voordeel vrijuit te kunnen spreken én dat terugbellen kan op een tijdstip waarop de kans op ontdekking klein is.

Deze week had ik telefoontjes uit de beide categorieën. Allebei met noodkreten, over zaken die on-mid-del-lijk de volle aandacht verdienen (dat is de standaard modus waarin veel criminelen en verdachten leven). Daarover later meer.

Dat penitentiaire inrichtingen zo lek zijn als een vergiet en gedetineerden zonder veel moeite telefoons laten binnensmokkelen, is een kennelijk onuitroeibaar euvel.

Een opmerkelijke, ongeplande steekproef had plaats toen crimineel Benaouf A. zich in 2018 door zwaarbewapende getrouwen met een gekaapte helikopter wilde laten bevrijden uit de gevangenis in Roermond. Hij stuurde dat wilde plan vanuit de cel aan met een telefoon met stemvervormer. Dat bleek maar één van zijn toestellen, waaronder ook versleutelde Blackberry’s. Toen bewaarders iedereen op ‘zijn’ luchtplaats fouilleerden, vonden ze twintig (!) illegale telefoons.

Gedetineerden die mijn mobiele nummer niet in hun cel hebben, willen nog wel eens naar mijn ouderwetse vaste telefoon op de redactie bellen, of naar de algemene lijn die de secretaresse opneemt.

Dat kan tot curieuze gesprekken leiden waarin zo’n beller eist me nú te kunnen spreken, ook al ben ik er niet. Dat is natuurlijk vanwege de moeilijkheid dat terugbellen niet zomaar kan, maar het komt nogal dwingend over.

Eén vaste beller joeg stagiaires de schrik op het lijf. Zij gebruikten mijn bureau als ik op pad was en kregen daardoor geregeld die crimineel aan de lijn die over moord en doodslag sprak als over het kopen van een pak melk. Ook hij móést me nú spreken, uiteraard.

Zijn telefoontjes met mij verliepen volgens een vast patroon. Omdat we via de vaste bajeslijn konden worden afgeluisterd, sprak hij aanvankelijk met veel omhaal. Tot de emotie bij hem de overhand nam. Ineens strooide hij driftig met namen, details over moordplannen en over die keer dat hij zelf was neergeschoten. Informatie waarnaar justitie naarstig zocht, maar die hij niet wilde geven.

Soms dacht ik dat hij zijn kennis via die afgeluisterde bajes­telefoon strategisch alsnog met justitie wilde delen, maar het bleek toch roekeloosheid.

De gebruikers van mijn bureau hebben rust: de beste man is geliquideerd.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever. In de Taghi Podcast vertelt hij samen met collega Wouter Laumans over ontwikkelingen in het proces rond Ridouan Taghi.

Reageren? paul@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden