Natascha van Weezel.Beeld Agata Nowicka

‘De coronacrisis? Heb jij die nog meegemaakt?’

PlusNatascha van Weezel

Vanochtend bedacht ik hoe het zou zijn als ik in 2066, op mijn tachtigste, een gesprek met mijn kleinkinderen zou voeren (kleinkinderen die ik uiteraard nog niet heb). In mijn fantasie ging dat gesprek als volgt:

“Oma, waarom heb je zo veel rollen wc-papier in huis?”

“Lieverds, dat komt door de coronacrisis.”

“De coronacrisis? Heb jij die nog meegemaakt?”

“Jazeker.”

“Wajooo, dat kennen wij alleen uit geschiedenisboekjes. Vertel eens hoe dat ging.”

“Het was het voorjaar van 2020. Oma had het erg druk met werk; ze was freelancejournalist. En ze baalde omdat ze na een paar leuke dates niets meer hoorde van de man voor wie ze stiekem gevoelens had.”

“Ieuw, heb jij gedatet?”

“Ja, ja…”

“En wat gebeurde er toen?”

“In China woedde het coronavirus sinds december 2019. We dachten dat wij er verder weinig van zouden merken. Het leek een ver-van-ons-bedshow.”

“Maar dat was niet zo, hè?”

“Nee. In februari kwamen de eerste patiënten in Nederland. De premier vertelde via de televisie dat we elkaar geen handen meer mochten geven en in onze ellebogen moesten niezen.”

“Wat is televisie?”

“Dat was een kastje… Laat maar, dat maakt nu niet uit.”

“En toen?”

“Toen werd er een paar dagen later een persconferentie gehouden waarin werd gezegd dat we aan social distancing moesten doen. Dus niet meer met elkaar afspreken. De volwassenen moesten thuis gaan werken in plaats van op kantoor. We vergaderden via internet.”

“Ja duh, hoe vergader je anders?”

“Weer een paar dagen later gingen de scholen, de cafés en de restaurants dicht en daarna de verpleeg­huizen voor bezoek. Bijna niemand kwam nog op straat, want er vielen veel doden. Mensen gingen alleen naar de supermarkten om eten in te slaan voor een ­langere tijd, en rollen wc-papier.”

“Was je bang?”

“Een beetje. Maar de dokters en de verpleegkundigen, de politici en de vuilnismannen, en de politieagenten en de vakkenvullers werkten dag en nacht om ons te redden.”

“Hoe was het om de hele dag thuis te zitten?”

“Saai. Oma woonde alleen, in een heel klein huis. Daar las ze veel boeken en deed ze mee aan online­sportworkshops. Ze kon niet meer naar haar moeder, jullie overgrootmoeder, omdat ze bang was dat ze die per ongeluk ziek zou maken.”

“Was dat eenzaam?”

“Soms. Maar iedereen dacht aan elkaar vanuit zijn of haar eigen huis.”

“Dus jij weet hoe het voelt om niet in vrijheid te leven?”

“Dat lijkt me een beetje overdreven. Dat zei ik tegen míjn oma, die de Tweede Wereldoorlog nog had mee­gemaakt.”

“Maar je was niet echt vrij toch?”

“Niet zo vrij als ik daarvoor was.”

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden