Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

De compensatievader schudde doldriest met zijn billen

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

Zwijgstront. Dat hadden ze. De door Kees van Kooten briljant gemunte term voor ruziestilte was ingetreden toen zij bruusk opstond van het terras en hun dochter – een kleuter met snotdruppel die als een pareloorbel aan haar neusje bungelde – aan de hand meesleepte richting speeltuin. De man in pak had lukraak een briefje van vijftig op hun tafeltje gesmeten en stommelde erachteraan.

Nu stonden ze daar terwijl het meisje naar de schommel sjokte. “Kijk, ze gaat op de schommel,” mompelde pa. “Ja Frits, dat zie ik,” siste ma. Dikke lucht walmde om hen heen. De vader begon wild te zwaaien richting het snotpareltje dat met een verveeld bekkie heen en weer zwierde.

Na minuten die decennia leken te duren doorbrak de moeder eindelijk de stiltepoep: “Ik ga het wél doen. Ook al vind jij het onzin. Het liefst wil je dat ik alleen maar híér sta. Zoals ik al vier jaar middagen lang hier sta. Terwijl jij naar de zaak gaat. Want dat is héél belangrijk. Nou, ik ben ook belangrijk. Ik ga meer werken. Ik ben ook iemand, Frits. Ik ben óók iemand.”

Ach, hoeveel zwijgstront is er niet over Nederland uitgestort als gevolg van de wie-doet-watdiscussies in het gezin. Ik heb ze geregeld gezien. Hogeropgeleide moeders die eindeloos hun carrière probeerden te bevechten omdat zij minder verdienden dan manlief en dus ook maar beter minder uren konden maken. Volgens manlief. En ja, ik weet dat er deeltijdprinsesjes zijn die het primadepima vinden veel thuis te zitten, maar dat deze week uit onderzoek van EenVandaag bleek dat maar liefst één op de drie kerels vindt dat een vrouw minder moet werken als er kinderen komen, geeft te denken.

Precies op het moment dat de moeder uitriep dat zij óók iemand was, ging Frits’ mobieltje. “Het is de zaak, hè,” zei ze mismoedig. In één beweging drukte Frits de beller weg. “Ik hoef niemand te spreken. En ik snap jou gewoon niet. Ik wou dat ík zoveel vrije tijd had. Weet jij trouwens waar de toiletten zijn?”

De vrouw liet een vermoeidheidszuchtje ontsnappen. “De speeltuin heeft geen toiletten. Dan zou je hebben geweten als je hier weleens had gezeten.” Even keek Frits gepijnigd, toen begon hij rond te hopsen als een beer die een paringsdans doet. “Ik ben het monster, ik ben het monster,” schreeuwde hij terwijl hij door de zandbak richting dochter stampte. “Papa, wat doe je raar? Waarom ben je hier?”

De compensatievader schudde doldriest met zijn billen. “Ja, waarom ben je hier?” piepte moeder. Frits danste door en riep: “Ik ben hier. Bij ons kind. Waar ik de afgelopen jaren ook heel graag bij wilde zijn. Maar ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen. Ik heb voor ons gezorgd.”

Haar stem schoot een akelige hoogte in. “O en ik niet?”

Maar Frits hoorde haar niet meer omdat hij zijn lange lijf over de glijbaan had gevouwen. “Woehoe!”

De vrouw beet op haar lip.

Hier was het laatste woord nog niet over gezwegen.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden