Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

De charme van vlaktes heb ik nooit begrepen

PlusMaarten Moll

Hoe zag het er nu precies uit, een week geleden? En wat stond er nu eigenlijk?

Ik zit op een bankje. Zo’n honderd meter verder, duidelijk zichtbaar: station Diemen. Als ik hier een week eerder had gezeten, was het station nauwelijks zichtbaar geweest.

Nu kijk ik over een zanderige vlakte. Links een grote berg houtsnippers, waar de broei in zit. Witte rook.

Veel mannen in hesjes. Met scheppen. Veel graaf­machines.

De bomen zijn verdwenen.

Vorige week heb ik een tijdje staan kijken naar de ­grote bomenslacht.

Hoe ze werden omgelegd, de takken van de stammen werden gezaagd en gescheiden, hoe de kale stammen in keurige rijen op elkaar werden gelegd. Hoe grijpers de afgerukte, afgezaagde takken in verslindende versnipperaars duwden. En hoe een ononderbroken straal boomdeeltjes in een grote vergaarbak terechtkwam.

Het ruimen van de bomen verliep uiterst efficiënt.

Hier hebben maximaal 183 bomen plaats moeten maken voor een toekomstig spoorviaduct (een protest met actievoerders die zich aan de bomen vastketenden is geloof ik uitgebleven).

Met mijn minimale kennis van bomen wist ik niet om welke bomen het ging. Mijn vader, die in de voormalige kwekerij in park Frankendael nog examen deed voor hovenier, heeft vroeger tijdens boswandelingen alle bomen benoemd. Ik heb niet geluisterd. Weet niet in welke bomen ik boomhutten maakte, wat de naam is van de boompjes op de grasvelden die als doelpalen dienden (ze werden gesteund door banden en houten palen waarvan ik de oorsprong ook niet weet). Welk hout gooide ik op het vuur in het huisje in Montdoré?

‘De aanwezigheid van bomen is elders zo vanzelfsprekend dat je er meestal zonder erg aan voorbijgaat,’ schrijft Koos van Zomeren in Het bomenboek (De Arbeiderspers, 2008). ‘Ze doen er zelf ook niet veel aan om je aandacht te trekken. Als ze spreken, is het met de stem van de wind. Ze kijken je niet aan, ze rennen niet weg, als ze onder een auto komen is het nooit omdat zíj onvoorzichtig zijn geweest.’

Waren ze maar weggerend, dacht ik, terwijl ik over de treurige vlakte naar het station staarde.

Het klopt natuurlijk wat Van Zomeren schrijft. Bomen trekken geen aandacht. Ze staan er gewoon. Altijd. En als ze er niet meer staan, mis je ze, want ze bepaalden de ruimte waar ze stonden. De gedachte dat bomen weggehaald kunnen worden vinden we zo onaangenaam dat we die diep hebben weggestopt. Bomen horen te blijven staan.

Over een tijdje weet ik niet meer waar de bomen ­precies wortelden, laat staan om welke bomen het ging. Het geheugen kan veel, maar niet alles.

Had je maar beter op moeten letten vroeger.

De charme van vlaktes heb ik nooit begrepen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden