Jessica KuitenbrouwerBeeld Artur Krynicki

De centrum­bewoner is gewend zich in bizarre bochten te wringen

PlusJessica Kuitenbrouwer

“Dus toen ben ik maar even naar mijn ouders gereden om een steekkarretje te lenen.” Tjeerd en ik zitten bij te praten aan het water. Hij stuurt me een blik die ik niet meteen kan plaatsen dus ratel ik maar door.

“Ja, ik weet het – belachelijk dat ze dan wel die nieuwe bezorgen, maar dat je zelf de oude weg moet brengen. Maar goed, misschien heeft het wel iets met covid te maken. En ik had gewoon echt geen zin om hier dan ook weer uren aan klanten­servicetelefoontjes aan te besteden, dus ik dacht: weet je… ik ga wel gewoon even een steekkarretje lenen.”

Tjeerds gezichtsuitdrukking blijft hetzelfde: een lichte frons op zijn voorhoofd, maar in zijn ogen een zacht soort verwondering. Hij wil iets gaan zeggen, lijkt het weer in te slikken, maar zegt het dan toch.

“Jess, wacht even.” Hij pauzeert.

“Jullie kochten online zo’n airconditioner, die deed het niet goed, dus kwamen ze een nieuwe brengen...”

Ik wil de rest van het verhaal voor hem afmaken, maar hou me in.

“Maar die oude moet naar een DHL-punt.”

“Ja, en zo’n ding is zwaar! Bijna dertig kilo,” werp ik er toch tussen.

Tjeerd knikt. “Uhu… ja, oké, hij is zwaar dus kun je hem niet zomaar naar het DHL-punt dragen. Maar waarom heb je hem dan niet gewoon in de auto gezet?”

Even voelt het alsof Amsterdam stilstaat. De radertjes in mijn hoofd maken overuren. Ik voel de spieren in mijn gezicht mijn ogen verder open trekken.

“Waarom zou je dan in de auto stappen, om bij je ouders 35 kilometer verderop een steekkarretje te lenen zodat je hier die ­airco op dat karretje kan zetten om hem te voet weg te brengen?”

Een verlammende golf van gêne overspoelt me.

“Waarom rij je dan niet gewoon even met die airco naar dat DHL-punt?”

Een soort oergilletje ontsnapt me. Ik sla mijn hand tegen mijn voorhoofd.

“Ongelooflijk,” zeg ik zachtjes. “Ik bedoel … dit soort logistiek is hier in de binnenstad natuurlijk een uitdaging, met de drukte en die rare verkeersrestricties en ’s avonds die ellendige paaltjes en verzips en camera’s die het nooit doen. Maar dat deze shortcut niet bij me is opgekomen vind ik wel zorgwekkend. Zo zie je maar in wat voor bizarre bochten de centrum­bewoner gewend is zich te wringen.”

Even is het stil, dan beginnen we proestend te lachen.

“Gelukkig hoefde je niet ook nog van iemand een auto te lenen om die steekkar op te halen,” grinnikt Tjeerd.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden