Reza Kartozen-Wong.Beeld Artur Krynicki

De campagne #ikchinees versterkt stigmatisering

PlusReza Kartosen-Wong

Een jaar of twintig geleden was ik medeorganisator van Made in Asia, een avondvullend programma voor en door jonge Aziatische Nederlanders. Panelgesprek, dans, mode, muziek, spoken word, comedy, film, poëzie; the works. Het was de eerste keer dat zoiets voor deze groep werd georganiseerd. Vanuit het hele land kwamen jongvolwassenen van met name Chinese, Indische, Indonesische, Vietnamese en Filipijnse afkomst naar De Balie, dat toen onder leiding van Andrée van Es nog een progressief en inclusief huis was.

Samen met theatermaker Jörgen Tjon A Fong modereerde ik het panelgesprek over pan-Aziatische identiteit in Nederland. Ik herinner me dat er een mooi gesprek ontstond over onder andere ‘Aziatische’ opvoeding en discriminatie en uitsluiting. In die veilige setting, omringd door andere Aziatische Nederlanders met vergelijkbare ervaringen, spraken de aanwezigen eindelijk openlijk over deze zaken. De meesten konden daar niet over praten met hun ouders. Die wilden het racisme en de discriminatie waar zij zelf ook mee te maken hadden liever negeren of ontkennen om maar niet als ‘klagers’ of ‘probleemzoekers’ te worden gezien door de Nederlandse samenleving.

Diezelfde struisvogelpolitiek is terug te zien in de belachelijke campagne #ikchinees van de Vereniging Chinees-Aziatische Horeca Ondernemers, die Nederlanders oproept om ‘de’ Chinese gemeenschap te steunen door Chinese restaurants te bezoeken. De urgente zorgen van Chinese en Aziatische Nederlanders over anti-Aziatisch racisme worden simpelweg genegeerd. Erger nog, de campagne versterkt stereotypering en stigmatisering van Chinese Nederlanders juist door het denigrerende gebruik van ‘Chinezen’ als werkwoord, het prioriteren van economische belangen en economisch slachtofferschap en het vereenzelvigen van Chinese horeca met alle Chinese Nederlanders. De makers van de campagne hebben duidelijk geen benul van de dagelijkse realiteit van Chinese Nederlanders.

Twintig jaar geleden was het voor Aziatische Nederlanders al een hele stap om openlijk over hun dagelijkse realiteit te praten. Zich daar in het openbaar, buiten veilige settings als Made in Asia om, over uiten was nog een stap te ver. En toen ik tien jaar later aan mijn promotieonderzoek naar Aziatisch Nederlandse jongvolwassenen begon, zag ik ook nog nauwelijks vormen van Aziatisch Nederlands activisme.

Maar mede geïnspireerd door Aziatisch Amerikaanse activisten én de jarenlange, veelbesproken strijd voor een inclusief sinterklaasfeest, laten veel Aziatische Nederlanders zich sinds een paar jaar wél publiekelijk uit over anti-Aziatisch racisme. Standvastige burgerrechtenactivisten als Jerry Afriyie en politici als Sylvana Simons hebben ruimte gecreëerd voor een breed publiek debat over verschillende vormen van racisme, discriminatie, uitsluiting en ongelijkheid.

Ik zie dat meer en meer jonge Aziatische Nederlanders zich niet alleen publiekelijk uiten over anti-Aziatisch racisme maar zich ook solidair tonen met de bredere strijd voor een mooier, inclusiever Nederland. Nu hun (groot)ouders nog.

Reza Kartosen-Wong is mediawetenschapper en publicist. Elke maandag schrijft hij een column voor Het Parool.

Reageren? reza@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden