null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

De bijnaam van de tram was macaber: de Gooische Moordenaar

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Bij het zien van tram 19 denken we niet meteen aan een moordmachine. Maar toen Watergraafsmeer nog een zelfstandige gemeente was, joeg de dood er doorheen in de vorm van een stoomtram.

De bijnaam van de tram was macaber: de Gooische Moordenaar. Want de tram maakte nogal wat slachtoffers. Ik had er nooit van gehoord, maar ik kwam de naam tegen in een oud nummer van het tijdschrift Ons Amsterdam dat ik uit een buurtbibliotheekje had meegenomen. Er werd een boek in besproken van W.I. Engel: De Gooische Moordenaar – tramgeschiedenis 1880-1958.

‘Voor oudere Amsterdammers is de Gooische Moordenaar nog steeds een begrip, even beroemd als berucht.’ Dat werd geschreven in het maartnummer uit 1982. Benieuwd of het voor lezers van deze krant nu nog een begrip is. (Vlak bij de kruising Middenweg-Hogeweg staat een gebouw met de naam Gooische Stoomtram 1881 nog op de gevel, het was destijds het hoofdkantoor van de Gooische Stoomtram Maatschappij.)

Maar goed. De Gooische Moordenaar. De bijnaam was nog niet geboren toen in 1881 een tram ging rijden tussen het Weesperpoortstation en Diemerbrug. Een jaar later werd het traject doorgetrokken via Diemen, Muiden, Naarden, Laren en Blaricum tot Hilversum, en ging de Gooische Stoomtram rijden.

In 1958 was het gedaan met de Gooische Tram. De teller stond toen op 117. Liefst 117 doden had de tram op zijn geweten. Men was aan het einde van de negentiende eeuw nog niet gewend aan gemotoriseerd personenvervoer.

‘Er was wel een enkele motorfiets en het paard en wagen van de schillenboer, van de bakker en van de groenteman’, lees ik op de site Geheugen van Oost. Waar nu tram 19 veilig rijdt, kwam toen een vervaarlijk uitziende tramlocomotief van de firma Henschel und Sohn uit Kassel de weg onveilig maken.

Al snel kreeg de tram de bijnaam de Gooische Moordenaar. ‘Die heette zo omdat een jongetje van Hogewind door die tram was gepakt.’

Als reden van de vele ongelukken wordt ook opgevoerd dat de machinist van de tram ook de stoker was, en dus, als hij het vuur moest opstoken, zijn blik niet op de weg kon houden. Met alle gevolgen van dien.

Er werden rijmpjes gemaakt op de moordenaar.

‘Als de Gooische Stoomtrein komt: Mensch! Pas op je leven!

Je zit, komt dat ding er aan, steeds in angst en beven.’

En de in de eerste helft van de twintigste eeuw bekende cabaretier en schrijver Clinge Doorenbos dichtte over de dood als tram:

‘Excellentie (of wie het aangaat).

Op de weg van stad naar Gooi

Loert nog steeds op slinkse wijze

Hein, de dooie dood, op prooi.’

Op 7 augustus 1927 gebeurde er een groot ongeluk met de tram, waarbij het gezin van de Amsterdamse diamantbewerker Emmanuel Lisser uit de Transvaalbuurt was betrokken. Het uitvoerige en aangrijpende en verschrikkelijk eindigende verhaal van Jessica Voeten is op de site van Ons Amsterdam te lezen.

De Gooische Moordenaar had weer toegeslagen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden