Beeld Artur Krynicki

De beroepssport betaalt straks de prijs voor de coronacrisis

PlusJaap de Groot

In diverse branches neemt de vrees toe dat er straks een prijs moet worden betaald die het effect van de ziekte corona gaat overtreffen. Dat doemscenario wordt zeker voorvoeld door de beroepssport, waar het betaald voetbal en het profwielrennen ­harde klappen moesten incasseren. Zo kost de opnieuw door het kabinet ingevoerde stadion­lockdown de 34 clubs zo’n 5 miljoen euro per week aan recettes. Deze cijfers zijn overigens gebaseerd op maximaal 25 procent van de bezetting, wat tot vorige week nog het geval was. Ook die compen­satie is tot tenminste 20 oktober verdampt.

Het onbegrip over dat besluit zit vooral in de onderbouwing. Die is er nauwelijks en de feiten die de regering aanvoert, rammelen aan alle kanten – terwijl de consequenties voor het weren van toeschouwers enorm zijn. Op de schadepost van Leo van Vliet, organisator van de afgelaste Amstel Gold Race, kan nu 450.000 euro worden bijgeschreven. En BinckBank moest toezien hoe de etappes van ‘hun’ Tour in Nederland werden afgelast, maar in België gewoon zijn doorgegaan.

Juist omdat het de bedrijfstak topsport miljoenen kost en er veel banen op het spel staan, was een door de politiek geïnitieerde dialoog op zijn plaats geweest. Dat die er niet is geweest, zegt veel over de status van de beroepssport rond het Binnenhof. De KNVB en NOC*NSF hebben vertegenwoordigers aan wie de ontwikkelingen binnen het profmetier grotendeels voorbijgaan. Bovendien worden zij door het kabinet niet serieus genomen.

Gerard Dielessen, directeur van NOC*NSF, had dan wel een gesprek in Den Haag, maar dat ging vooral over de verenigingen en de breedtesport. Aldus werd de missing link weer zichtbaar. Zolang bij het ministerie van VWS de S van sport gekoppeld is aan de V van volksgezondheid en de W van welzijn, wordt binnen dit departement sport vooral geassocieerd met bewegen en gezondheid en niet als bedrijfstak onderkend.

In plaats van hiertegen in actie te komen, maken al die betaaldvoetbalorganisaties en private topsportevenementen duidelijk hoe versnipperd de branche is. Dit wordt ook zichtbaar bij de diverse praatprogramma’s. Overal schuiven artiesten, theatermensen en festivalorganisatoren aan om de lockdown in hun sector te bekritiseren. Met succes, want burgemeester Femke Halsema heeft inmiddels dispensatie verleend aan een tiental ‘culturele instellingen’ om meer dan 30 bezoekers bij voorstellingen toe te laten. Nu maar afwachten of volgende week zaterdag Ajax voor het thuisduel met Heerenveen op hetzelfde gebaar kan rekenen.

De publieke discussie moet echt anders gevoerd. Buiten Robert Eenhoorn werd er de afgelopen week niet één vertegenwoordiger uit de profsport uitgenodigd voor een gesprek in een Hilversumse of Amsterdamse tv-studio. De directeur van AZ moest de noodsituatie bovendien uitleggen in Studio Voetbal, niet bepaald een programma waar een sportminister als Tamara van Ark, met nootjes en biertje binnen handbereik, naar uitkijkt.

Daar wringt het voor de beroepssport. Sinds het vertrek van minister Edith Schippers zijn haar opvolgers Bruno Bruins, Martin van Rijn en Tamara van Ark gefocust geweest op de volksgezondheid. Er is wel oog voor de rol van sport en bewegen, maar niet voor de economische gevolgen voor de profsector.

De coronacrisis maakt duidelijk dat de beroepssport bij VWS weinig meer te zoeken heeft.

Jaap de Groot schrijft in Het Parool wekelijks een column over sport.

Reageren? j.degroot@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden