De belastingambtenaar is een tot lul gemaakte

PlusTheodor Holman

De belastingambtenaar ­verdient te weinig.

Dat vermoed ik. Anders kan ik het namelijk niet ­verklaren.

De belastingambtenaar heeft er duidelijk geen zin meer in. Hij is ­constant bezig met dingetjes zoeken voor de staatssecretaris, die moet dan weg en dan komt er een andere en daarvoor moet hij ook weer dingetjes zoeken en dan zijn weer de verkeerde dingetjes gevonden, dan moet de staatssecretaris weer weg en zo gaat het door.

De belastingambtenaar voelt zich een lul.

En hij is het ook.

Of beter: hij is een tot lul gemaakte.

Ondertussen wordt hij ook nog beschuldigd van institutioneel racisme en net als hij naar huis wil gaan, vakantie wil vieren, een biertje wil drinken, ’s avonds in de tent achter de gebreide broek van moeder wil liggen, blijken er per ongeluk onder z’n kont negenduizend dossiers te zijn verdwenen.

Negenduizend!

Krijgt ie dat gezeik weer.

Waar moet hij nog zijn motivatie vandaan halen?

Iedereen wordt gewaardeerd en krijgt geld, want de florijnen klotsen tegen de plinten en belasting wordt nauwelijks meer betaald, maar hij wordt gehaat.

Dus is mijn oplossing: geef de belastingambtenaar meer geld.

“Waar zijn die negenduizend dossiers?”

“Per ongeluk vernietigd, staatssecretaris.”

Als hij veel geld verdient, zal hij het erg ­vinden om ontslagen te worden. Dus hij zal zijn werk beter doen.

Als er één beroep is dat totaal geen status meer heeft, dan is dat de belastingambtenaar.

“Wat doet u voor werk?”

“Ik… ik… zit in de overheidsfinanciën.”

Het woord belastingambtenaar komt niet over zijn lippen.

Collega’s van hem die er op tijd zijn uit­gestapt, hebben nu een financieel advies­bureau. Ze adviseren de mensen die ze ­vroeger moesten controleren en verdienen daar een jacht, een buitenhuis in Spanje en de nieuwe Tesla mee.

“Zeg, wat is dat daar voor troep bij jullie?” vraagt zijn buurman op de camping, net op het moment dat hij zijn bleke benen aan wat onbelaste zonnestralen wil toevertrouwen. Hij lacht wat en voelt zijn hele lichaam rood worden van schaamte.

“O ja, en vergeet niet wat zonnebrand op te doen, buurman belastingman.”

De belastingambtenaar haat zichzelf ook.

Hij kon er niets aan doen, aan die negenduizend ­dossiers.

Hoewel… Iedereen die zegt dat het een troep is op kantoor, heeft gelijk. Maar ja, hij verdient ook een schijntje. Waarom zou hij zich inspannen? Niemand vindt hem een hulpverlener. Iedereen vindt hem een afpakker.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden