Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

De beheerder van de Poule des Doods

PlusMaarten Moll

Hij stierf dinsdag drie jaar geleden.

Ruim een maand nadat hij de begrafenis had bezocht van een andere ex-stadsdichter, en vriend; Menno Wigman. Alsof het een vloek was stadsdichter te zijn geweest.

F. Starik.

Mooie kerel.

Aanwezig, ronkend, onvervalst.

Hij was, zo zei hij eens, ‘van de dramatiek, de fanfare en het kopergeschetter’. Wie hem heeft zien voordragen kan dat alleen maar beamen.

Eerst vanochtend maar eens een gedicht van F. Starik gelezen.

Het lange Nergens veilig. Een gedicht over de dood, met de regels: Elk moment kan het afgelopen zijn voor jou / voor mij, voor hem, voor jullie, voor iedereen.

Ik hoorde hem.

En even gelezen in een van de boeken die hij schreef over zijn ambt van grafdichter. Sinds 2002 was hij in Amsterdam de beheerder van de Poule des Doods, een groep poëten die bij eenzame uitvaarten gedichten voordroegen.

Jaloersmakende gedichten schreef F. Starik over die zielen. Want en heel goed, en nooit voor jou bestemd, zo’n gedicht, want eenzaam sterven wil toch geen mens?

“Ieder mens is de moeite waard om over na te denken, het is de minimale vorm van beschaving. En het is een belangrijk kantelpunt in het afscheid nemen van de wereld. Je gaat van de eerste, naar de tweede, naar de derde persoon enkelvoud. Zolang je leeft ben je ‘ik’, dan word je in een aula toegesproken als ‘jij’ en op het moment dat je het graf ingaat verander je in een ‘hij’. Er wordt niet meer tot je, maar over je gepraat. Dat kun je niet onopgemerkt laten,” zei hij in een interview.

Het slaat ook op hem, nu hij zelf een hij is geworden.

Dat ‘elk moment’ uit zijn gedicht was op 16 maart 2018.

Hij stierf ook eenzaam. Tenminste, hij lag op bed en was al vijf uur dood toen zijn geliefde hem daar vond. De voordeur van zijn woning moest worden opengebroken. Zoals bij de echt eenzaam gestorvenen ook dikwijls gebeurt.

Geen heroïsche dood. Niet gestorven op het podium, een dood die bij hem zou hebben gepast (zeg ik nu, maar misschien dacht hij er zelf anders over). En ook niet jong, zoals de dichter Boris Ryzhy (zeg ik nu, maar misschien had hij helemaal niets met dat aanstellerige gedweep met jong gestorven kunstenaars).

F. Starik was 59 toen hij stierf. Niet jong, nog niet oud. Geen leeftijd om al weg te zweven.

F. Starik is nog een keer doodgegaan. In Lijfrente, de prachtige dichtbundel van zijn geliefde, Vrouwkje Tuinman. Die gaat over het eerste jaar na zijn dood.

Droevig, aangrijpend, maar ook licht, en met humor.

Uit het gedicht Wat ik mocht:

Televisie kijken met mijn hoofd op een kussen op je borst
Tegen je praten met de wc-deur open
Haren uit je neus trekken
Je haar knippen (drie keer)
Een steenpuist openmaken en op jouw aanwijzing steeds harder knijpen

Zo zou ik ook herinnerd willen worden.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden