Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

De balans raakt zoek wanneer fractiediscipline te heilig wordt

PlusJohan Fretz

Zelfs nu uit de notulen blijkt dat Sigrid Kaag binnenskamers precies vond wat ze buitenskamers had betoogd, werd zij op sociale media keihard gefileerd. Kaag bleek juist veel minder bezwaar te hebben tegen kritische coalitiefracties dan haar collega’s, omdat een fel debat wat haar betreft hoort bij een gezonde democratie.

Men viel echter over wat Kaag daarna had gezegd: dat er wat haar betreft wel bepaalde kaders moesten zijn. Maar was dat nu zo vreemd? Lastig. Ik ben geneigd te concluderen dat een regeringspartij ook wel enig vertrouwen moet kunnen opbouwen met de eigen Kamerfractie en dat, zolang je ruimte biedt voor felle, autonome kritiek, Kaags standpunt zuiver is.

Over haar invulling van het begrip ‘kaders’ hoor ik natuurlijk graag meer, maar ze bood hoe dan ook een welkom en belangrijk tegengeluid in de ministerraden en het ontbrak haar bovendien volledig aan het zelfbeklag dat veel kabinetsleden kennelijk in de greep hield.

De dualiteit in Kaags woorden legt ook de grotere spagaat bloot. Wanneer het de laatste weken gaat over macht en tegenmacht, wordt telkens de suggestie gewekt dat een fractie van een regeringspartij voor de volle honderd procent los kan staan van een kabinet. Behoorlijk naïef. De Kamerzetels van coalitiefracties vertegenwoordigen tenslotte de macht waarmee een regering wordt gesmeed en waarmee kabinetsbeleid kan worden uitgevoerd.

Die macht en tegenmacht zijn in coalitiepartijen per definitie aan elkaar verbonden. Ze delen ook informatie met elkaar. Er zal dus altijd een zeker spanningsveld bestaan tussen het belang van een kabinet, de partijloyaliteit en de grondwettelijke vrijheid van elk Kamerlid om zonder last en ruggespraak te spreken. Het ontkennen of uitwissen van dat spanningsveld lijkt me niet het doel, het gaat juist om de erkenning ervan en het zuiver houden van de balans.

Die balans raakt zoek wanneer fractiediscipline te heilig wordt, zoals de afgelopen tien jaar gebeurde. Of wanneer kabinetsleden meer bezig zijn met de imagoschade die kritiek teweegbrengt, dan met het incasseren van de inhoud van die kritiek. Dan krijg je de taferelen die uit de notulen naar voren komen: Kamerleden die tot de orde worden geroepen omdat ze überhaupt kritisch zijn. Kabinetsleden die meer bezig zijn met lijfsbehoud dan zich te bekommeren om de aangerichte schade in de toeslagenaffaire. En het voortdurende zoeken naar manieren om zo min mogelijk informatie met de Kamer te delen. In dat licht was Kaag een toonbeeld van autonomie en nuchterheid.

Zo leren wij haar ook kennen: als een realpolitiker, niet als een systeemveranderaar. Maar gelukkig wel een realpolitiker met ideeën over integer bestuur, transparantie en democratie, die bovendien niet bang blijkt voor kritiek uit de eigen gelederen. She walks the talk.

Degenen die Kaag verwijten haar eigen motto – Nieuw leiderschap – te ondergraven, verwachten een eendimensionale vorm van nieuw leiderschap. Maar de zo innig verlangde nieuwe bestuurscultuur vergt een gelaagde manier van denken. Met alleen de blinde heldenverering van een paar kritische Kamerleden en de verdachtmaking van elke bestuurder die de complexiteit van macht en tegenmacht erkent, komen we er niet.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft op woensdag en zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden