Opinie

‘De autoritaire staat is online nooit almachtig’

Het internet werd ooit onterecht gezien als een ‘bevrijdingstechnologie’. Nu slaat het ‘cyberpessimisme’ nog weleens door. Het vraagt volgens Kris Ruijg­rok om nuance.

Een demonstratie in Wit-Rusland, waar Psyphon de communicatie tussen betogers mogelijk bleef maken.Beeld AP

Waar tijdens de Arabische Lente het internet omarmd werd als een ‘bevrijdingstechnologie’ die iedere dictator het vuur na aan de schenen zou leggen, heeft de afgelopen tien jaar het ‘cyberpessimisme’ duidelijk aan kracht gewonnen.

Niet langer wordt het internet als een bedreiging gezien waar autoritaire staten zich tegen moeten wapenen; nu wordt vooral belicht hoe het door regimes zelf wordt ingezet om de eigen greep op de macht verder te versterken. Onwelgevallige informatie wordt gefilterd, burgers worden nóg beter in de gaten gehouden – vaak middels surveillancetechnologie afkomstig uit Westerse democratieën – en online-informatie wordt gefabriceerd en gemanipuleerd via onlinetrollen en cyber armies.

Mocht het internet toch (tijdelijk) een bedreiging vormen voor het voortbestaan van het regime, bijvoorbeeld tijdens protesten of verkiezingen, dan is er altijd nog de optie van de killswitch, waarbij platforms als Facebook en Twitter, of zelfs het gehele internet, platgelegd worden. In 2019 alleen al gebeurde dit wereldwijd maar liefst 213 keer. Meest recentelijk besloot het regime van Loekasjenko in Belarus voorafgaand aan de verkiezingen grote delen van het internet – inclusief Facebook, Twitter en YouTube – alvast af te sluiten.

Psyphon

En toch, hoewel dictatoriale regimes het internet steeds beter benutten, is het belangrijk om ook de positieve kanten van digitale technologie in autoritaire contexten te blijven zien.

De moderne autoritaire staat is namelijk niet almachtig. Binnen enkele uren nadat de Belarussische autoriteiten het internet grotendeels plat hadden gelegd werd Psyphon, een programma dat geblokte websites toch toegankelijk maakt, massaal gedeeld en gedownload. In een paar dagen tijd ging het aantal gebruikers van een paar duizend naar 1,7 miljoen, een vijfde van het totaal aantal internetgebruikers in Belarus. Loekasjenko’s regime kon daardoor niet voorkomen dat demonstranten met elkaar bleven communiceren en dat politiegeweld uitgebreid gedocumenteerd en verspreid werd.

Dat is geen uitzondering. Zelfs China, volgens de Amerikaanse denktank Freedom House koploper als het gaat om controle over het internet, heeft de touwtjes in cyberspace minder strak in handen dan menigeen denkt. Zo laat onderzoek zien dat Chinese internetgebruikers een stuk kritischer staan ten opzichte van de Communistische Partij dan niet-internetgebruikers.

Met andere woorden: ondanks alle pogingen van de Chinese staat om het internet strak te controleren, komen online-Chinezen nog steeds in aanraking met informatie die hun waardering voor de Communistische Partij doet kelderen. Hoe kan dit? Deels komt dat omdat, net als in Belarus, burgers het internet óók nog steeds ten volle benutten. Miljoenen Chinezen omzeilen de censuur middels VPN’s, terwijl automatisch gecensureerde woorden veelal op creatieve wijze worden vervangen door bijvoorbeeld codewoorden of afbeeldingen.

Nergens waterdicht

Censuur is bovendien nergens waterdicht, zelfs in China niet. Opvallend genoeg was het de directeur van China’s instituut voor onlinecensuur zelf die verklaarde dat China’s 30 miljard onlineberichten (per dag) er simpelweg te veel zijn om allemaal te controleren en te censureren. Meermalen stond de Partij daardoor in haar hemd, toen corruptieschandalen zich online zo vliegensvlug verspreidden dat verdere maatregelen zinloos waren.

Zo moest een overheidsfunctionaris in Taizhou City aftreden nadat video’s en foto’s van een overdadig luxe banket viral gingen, terwijl een ander lid van de Communistische Partij zelfs voor veertien jaar de bak inging nadat van hem foto’s op internet verschenen, met om zijn pols steeds een ander (nog duurder) horloge.

Een recent onderzoek laat bovendien zien dat, terwijl de Chinese autoriteiten zich met hun onlinecensuur vooral focussen op het controleren van nieuwsfeiten (en dan met name over protesten), China vooral ‘schade’ aan het imago oploopt door de interpretatie van diezelfde feiten. Op sociale media, in reacties onder artikelen en in blogs worden nieuwsberichten veelal op een manier besproken die haaks staat op wat het regime wil. En juist deze berichten, en niet de gecensureerde nieuwsitems, hebben de grootste impact op de politieke ideeën van online-Chinezen.

Het internet heeft, net als elke andere technologie, geen ingebakken sociale of politieke implicaties. Het is geen liberaliserings- of democratiseringstechnologie, maar ook niet per se een middel voor verdere repressie. Door juist oog te hebben voor verschillende politieke en sociale effecten – in plaats van te vervallen in ideologisch gedreven technopessimisme – kunnen de kwetsbaarheden en kansen van technologie blootgelegd worden en ontstaat er een genuanceerder, minder fatalistisch beeld.

Kris Ruijgrok, politicoloog. Promoveerde aan de UvA op internet en protest in autoritaire staten en is momenteel Information Controls Fellow bij het Open Technology Fund.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden