Plus Column

De angst dat niemand me begreep

Natascha van Weezel Beeld Agatha Nowicka

Boven het podium van het Compagnietheater hangt een gebroken spiegel. Daaronder staan meerdere ­microfoons, een bankje en er ligt een uitgelichte, witte vloer. De zaal zit vol dunne meisjes. Of meisjes die ooit te dun waren, net als ik. "Heel veel mensen snappen mij niet, want niemand kan in mijn hoofd kijken," zegt de actrice uit de voorstelling Emma Wil Leven.

Jarenlang heb ik niet meer gehuild om mijn verleden, maar nu biggelen de tranen over mijn wangen. Door die ene zit komt alles terug: de uitputtende eenzaamheid, het gevoel vast te zitten in mijn eigen hoofd, de angst dat niemand me begreep.

Het verlangen om goed voor mezelf te zorgen werd keer op keer afgestraft door een strenge stem in mijn hoofd die me sommeerde nog meer af te vallen. 'Neem die boterham nou niet, lieve Tascha. Je kunt veel mooier worden dan je nu bent. Waarom luister je niet naar me stom, vies varken? EET DIE BOTERHAM NIET!'

Net als Emma leed ik in mijn puberteit aan anorexia. Ik was veertien toen ik stopte met eten. Dat gebeurde natuurlijk niet van de ene dag op de andere. Op school werd ik gepest om mijn babyvet. Ik besloot geen taart, chocola en ijs meer te eten.

Daardoor verloor ik wat gewicht en kreeg ik complimenten. Dat voelde goed. Eindelijk had ik iets gevonden waarin ik goed was: afvallen. Uiteindelijk woog ik nog maar 32 kilo en at ik niet meer dan een appel per dag. Wat begon met een 'onschuldig dieet' eindigde in een anorexiakliniek.

Mijn eetstoornis doe ik altijd af als 'iets moeilijks' uit mijn verleden, iets wat ik overwonnen heb. Ik praat er uitsluitend over in de verleden tijd. Soms hoor ik
mezelf zeggen: "Het was verschrikkelijk, maar tien jaar anorexia heeft me sterker gemaakt, me gevormd tot wie ik nu ben."

Op zich zit daar een kern van waarheid in, want ik heb mezelf uit het diepst denkbare dal gesleept. Maar anorexia is een veelkoppig monster dat je elke dag opnieuw in bedwang moet proberen te houden. ­Tegenwoordig kan ik weer genieten van een stukje cheesecake, maar dat gevoel van eenzaamheid raak je ook een half leven later niet zomaar kwijt.

Uit angst voor negatieve reacties zeg ik dat alleen nooit hardop. Waarom krijg je in onze prestatiemaatschappij alleen schouderklopjes voor tegenslagen die je succesvol hebt verslagen?

Waarom wordt kracht louter geassocieerd met overwinning? Zou het niet veel sterker zijn als we af en toe hardop ­tegen elkaar mogen zeggen dat het leven nu eenmaal geen zoetsappige Hollywoodfilm is?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden