Patrick Meershoek. Beeld Artur Krynicki

De andere slachtoffers van het regime in Suriname kijken mee

Plus Patrick Meershoek

De veroordeling van Desi Bouterse heeft het stof geblazen van allerlei oude, bijna vergeten dossiers. Want over de schouders van de vijftien doden van Fort Zeelandia kijken nog heel wat andere slachtoffers van het militaire regime in Suriname mee, in de jaren tachtig af­gedankt als restafval van de revolutie.

Wie kent de namen nog van Willem van Putten, Albert ­Kneefel en Fred Bakker? Leden van een bandje dat op 8 maart 1985 repeteerde in het kantoor­gebouw in Rijswijk waar ook het Surinaamse verzet in Nederland geregeld samenkwam om plannen te smeden om de dictatuur in het land van herkomst omver te werpen.

Twee gewapende mannen drongen het gebouw binnen en schoten de vijf aanwezige muzikanten neer. Slechts twee van hen overleefden de executie. De zaak werd nooit opgehelderd, maar alle vingers wezen naar het regime in Paramaribo, dat tijdens de militaire dictatuur een handelsmerk had gemaakt van intimidatie en geweld.

Een jaar na de moorden in Rijswijk kreeg Henry Nahar, eigenaar van een radiozaak in de Kinkerstraat en uitgever van de Surinaamse krant, een telefoontje. Of hij meteen naar Paramaribo wilde komen voor overleg met Bouterse over de kritische toon die de krant hanteerde in de berichtgeving over de leiding in Suriname.

Nahar stapte op het vliegtuig. Enkele dagen later werd het lichaam van de Amsterdammer gevonden in de Commewijne-rivier. In een communiqué werd hij omschreven als een Nederlandse huurling die naar Suriname zou zijn gekomen om een tegencoup te plegen, een vast verwijt aan het adres van uit­gesproken tegenstanders.

Een van die mensen was Henri Sayadsingh, een Surinaamse journalist met een scherpe pen en een grote mond die zich in Amsterdam bij het verzet had aangesloten. Sayadsingh eindigde in de Amstel. Ook deze zaak werd nooit opgehelderd, maar algemeen werd aangenomen dat Sayadsingh op de verkeerde tenen had getrapt.

Ook na de dictatuur bleven de militairen slachtoffers maken. Zoals de Surinaamse inspecteur van politie Herman Gooding, die onderzoek deed naar een grote drugsvangst in Moengo en het bloedbad dat de militairen in 1986 tijdens de binnenlandse oorlog hadden aangericht onder de bewoners van het bosnegerdorp Moiwana.

In augustus 1990 werd Gooding dood op straat gevonden, doorzeefd met kogels, voor de deur van Fort Zeelandia, waar hij een onderhoud had gehad met de legerleiding. De moord maakte een eind aan de onderzoeken van de politie, en ook in deze zaak werden de daders nooit gevonden.

Voor al deze slachtoffers en hun nabestaanden geldt dat nooit duidelijk is geworden door wie en waarom ze zijn vermoord, laat staan dat er een dader heeft moeten boeten. Maar de veroordeling van af­gelopen vrijdag was ook voor hen groot en goed nieuws. Het pakketje uit Suriname werd veel en veel te laat bezorgd, maar er zat iets van gerechtigheid in.

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden