Column

De ­Amsterdamse fietser is een hondsdolle flipperbal

James Worthy
James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ze fietst tegen me aan voor de brandweerkazerne op de Marnixstraat. De vrouw schreeuwt dat ze door oranje reed, maar in het verkeer is oranje al heel lang geen oranje meer. Oranje is felgroen en leugenachtig rood.

Oranje is alles wat je wilt dat het is. Het is geen kleur, het is een dekmantel. Oranje is tegen je vrouw zeggen dat je weer over moest werken. Oranje is de deksel optillen, zeggen dat het eten lekker ruikt, met een lul in je broek die de geur van een vrouw draagt die niet je vrouw is.

Oranje is een dochter die bij thuiskomst iets te enthousiast op je rug klimt en de pijn die je dan voelt, omdat de vrouw die niet je vrouw is onleesbare lust in de huid op je rug heeft gekerfd. Oranje is in de badkamerspiegel naar de krassen op je rug kijken met een erectie die zich ook vandaag weer niet in de wind zal ­laten slaan.

Oranje is de hofleverancier van schuldgevoelens. Het is de kleur van domme keuzes. Het vlaggenschip van spijt en gewetenswroeging vaart onder
de oranje vlag.

"Het was echt oranje," zegt de vrouw.

"Dat kan niet," zeg ik.

"Ik zweer op mijn kinderen dat het oranje was."

"Ook dat kan niet. Mensen met kinderen fietsen niet door oranje. Mensen met kinderen nemen dat soort ­risico's niet. Maar je fietste niet door oranje, je fietste door rood."

"IK ZWEER OP ALLES WAT IK HEB EN OP DEZE SWATCH OM MIJN POLS DAT HET ORANJE WAS!"

"Ik geloof je niet. Mijn licht stond op groen en jouw licht stond op rood," zeg ik.

"Misschien heeft een Russische hacker dit verkeerslicht gehackt."

"Nee."

"Of IS."

"Nee. Je bent gewoon een Amsterdamse fietser. En daar is helemaal niets mis mee."

De vrouw stapt op haar fiets, zwaait en fietst in de richting van het Leidseplein. Ze fietst wederom door rood.

Fietsers in Amsterdam, ik kan er uren naar kijken. Soms denk ik dat de fiets de mens bestuurt en dat de mens in feite dus de fiets is, en de fiets de mens. Het moet haast wel als je ziet hoe al die fietsen door de stad fietsen op hun mensen.

In de verte komt een fietser aan. De man kijkt niet eens naar het verkeerslicht, maar naar het kruispunt dat voor hem ligt. Hij zigzagt over de trambaan en slaat linksaf. Een taxi kan hem maar net omzeilen.

Een ­middelvinger doemt op uit het dakraam, maar de fietser ziet het niet. De fietser ziet niets. De fietser voelt. In een vlaag van verstandsverbijsterende onschendbaarheid voelt de mier zichzelf door de benen van galopperende olifanten heen. Het is waanzin.

Grootheidswaanzin. De Amsterdamse fietser denkt dat de ogen van
God in zijn of haar fietstas zitten. En daarom fietst de ­Amsterdamse fietser als een hondsdolle flipperbal door de stad die nooit een flipperkast is geweest.

Fietsen is vrijheid. De linkertrapper staat voor zelfoverschatting en de rechtertrapper is oranjegekleurd. Oranje. De kleur van domme keuzes.

Maar kijk ze eens fietsen. De Amsterdamse fietsers fietsen altijd door. Ze willen niet stoppen met trappen, omdat ze nooit met beide benen op de grond willen staan. Fietsen is vrijheid. En vrijheid is een spatbord.

Lees ook: 10 plekken in Amsterdam waar fietsen ronduit irritant is

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees hier al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden