Opinie

‘De aanklacht die verdween: over gijzeling en verkrachting door een Parijse politieman’

Beeld Rosa Snijders

Ze werd in de jaren tachtig verkracht door een Franse politieman. Cecile Landman schreef drie jaar geleden haar verhaal op in Vrij Nederland. Nu wil ze dat hij berecht wordt.

Voor mijn ogen zwaait de psychotherapeute met haar arm van links naar rechts en van boven naar beneden. Ze tekent cirkels en prikt komma’s en stippen in de lucht. Mijn ogen volgen de bewegingen van haar hand, terwijl in de koptelefoon op mijn hoofd onregelmatige piepjes klinken en in mijn beide handen een klein vierkant blokje vibreert. 

Duiveluitdrijving

Ze vraagt me van een hoog getal steeds met zeven en drie terug te tellen naar nul. Daarna zegt ze me lange ingewikkelde zinnen voor, en vraagt of ik die terug kan spellen, van achter naar voren. Dan ontstaat er kortsluiting. Een pijnlijke huilkramp dringt vanuit mijn borstkas door mijn keel en mond naar buiten.

Duiveluitdrijving, noemde ik het de dag erna, grappend. Dat er iets essentieels was gebeurd, was nogal evident.

De avond daarvoor waren we met zo’n dertig elkaar onbekende mensen uit verschillende windstreken aangekomen, ergens in de bos­sen van Bilthoven, bij het Psychotrauma Centrum Psytrec. De wind raasde, zoals het de hele maand februari onstuimig zou blijven stor­men.

We werden gevraagd telefoons, computers en andere elektronica in te leveren. Vier dagen geen verbinding met buiten. In ruil daarvoor kregen we een kaart met een dagrooster – van kwart over zeven ’s ochtends tot kwart voor tien ’s avonds – en een kamersleutel overhandigd. Uit de ogen van de meesten sprak lichte tot zware paniek.

Elke dag kregen we een aantal lessen om inzicht te geven in posttraumatische stressstoornis, kortweg PTSS. Praatjes, video’s van een paar TED-talks en Erik Scherder over de werking van het brein. Veel sport, van boogschieten tot boksen, van pingpongen tot jong­leren, mountainbiken, yoga of wandelen, én uiteraard de hevige sessies met EMDR, of Eye Movement Desensitization and Reprocessing.

Want de reden dat we allemaal bij Psytrec zaten was de gestelde diagnose (complexe) PTSS. In mijn geval sinds ik verkracht ben, 38 jaar geleden.

Het verhaal daarover schreef ik op tussen november 2016 en mei 2017. Het moest, omdat ik simpelweg niets anders meer kón schrijven. Het was voor alle andere verhalen gaan liggen, en blokkeerde zo nog veel meer. Dat vervloekte verhaal over een zware aanklacht van verkrachting, door politie, bij de politie, tegen de politie, in Parijs. En over de Franse én Nederlandse autoriteiten die geen enkele verantwoordelijkheid namen of nemen. Mijn verhaal.

Het duurde nog maanden voor het werd gepubliceerd. Maanden waarin #MeToo-verhalen over de hele wereld aanzwollen.

Vrij Nederland publiceerde mijn stuk op 22 oktober 2017. Een ander dapper stuk op de uitdijende golven van #MeToo verscheen de volgende avond in Trouw. Over een niet genoemde dader en het belang van aangifte doen, wat de schrijver van het stuk niet had gedaan. Er ontstond een enorme mediaheisa over met titanenadvocaatjes. En had een bepaald slechte ­afloop.

Mijn stuk werd véél gelezen. En dat was dan dat. Nog heel even verkeerde ik in de veronderstelling dat de paar aanknopingspunten in mijn stuk zouden kunnen leiden naar verder onderzoek. Door mensen dichter op de genoemde vuren. Maar nee.

Maar nee.

Huilend wakker worden

De intensieve behandeling bij Psytrec heeft gewerkt. Eind februari kon ik de wijde wereld weer in, zonder PTSS. Precies op het moment dat de wereld Covid-19 kreeg en alle referentiekaders kantelden omdat de wereld was veranderd. Dus las ik, en probeerde grip te ­krijgen op wat er voor mezelf wezenlijk anders was.

Zo las ik over een opmerkelijke mail die de Amerikaanse ex-marinier David J. Morris, auteur van een boek over PTSS, had geschreven aan de schrijfster Rebecca Solnit. Een deel van die mail publiceerde ze in haar fraaie boek Recollections of my Non-Existence.

In zijn mail stelt Morris dat de stoornis PTSS veel vaker voorkomt bij overlevenden van ­verkrachting dan bij militaire veteranen: ‘De wetenschap is daarover vrij duidelijk: volgens het New England Journal of Medicine resulteert verkrachting vier keer vaker in diagnosticeerbare PTSS dan militair gedonder. Denk daar eens over na – verkracht worden is vier keer meer psychologisch verstorend dan te vertrekken naar een oorlog, te worden beschoten en opgeblazen.’

Dat heb ik geweten, dat van die schade. Dat kan ik nu zien. Eén heel opvallende verandering – er zijn er meer – sinds de EMDR-therapie dit jaar, is dat ik weer gewoon wakker word ’s ochtends. Dat kan raar klinken, maar ik werd al zo’n 38 jaar lang vaak direct na het openen van mijn ogen huilend wakker. Begrijpen deed ik het niet, en bij gebrek aan een uitleg was ik de huilbuien die in de laatste jaren almaar vaker voorkwamen als een martelend ­vermoeiende karaktertrek gaan beschouwen. Bekaf werd ik er van.

Sinds de intensieve hogedrukpan EMDR-­therapie, waarmee de PTSS werd gekraakt, zijn die huilbuien weg. Foetsie.

En pas nu kan ik zien en weet ik dat er een helse reden voor was. En dat de huilbuien al zijn begonnen na die vervloekte reis naar Parijs.

Heldhaftig

Het eerste jaar, of wie weet hoeveel jaren na mijn ‘Parijse ervaring’, liep ik vaak in het holst van de nacht door de stad en de parken, met in elk geval een sleutelbos als boksbeugel tussen mijn vingers. Als zelftraining, om me te wapenen tegen de angst en die zo kwijt te raken, of in ieder geval niet meer te voelen. Ik harnaste mezelf, werd een soldaatje. En harnaste daarmee de PTSS, die jarenlang zou blijven groeien. Tot ik alles en iedereen steeds als een potentieel levensbedreigend gevaar zag. Constant ‘aan staan’, heet dat in PTSS-jargon. En dat is vreselijk uitputtend.

David J. Morris stelt dat de kans op blijvende schade groter is voor mensen die verkracht zijn omdat er momenteel geen blijvende culturele verhalen zijn die vrouwen in staat stellen hun voortbestaan op de een of andere manier als heroïsch of eervol te beschouwen.

Mijn stuk, over gijzeling en verkrachting door een Parijse politieman, ging over het doen van aangifte – tegen een agent – bij de politie. Over de aanklacht die verdween. Waar ik nota bene zelf ­onderzoek naar had gedaan. Een krankzinnige krachttoer.

Heldhaftig, noem ik dat, zelf.

Cecile Landman, freelancejournalist.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden