null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Dat Tom Cruise zijn personeel uitkaffert verbaast mij niet

PlusNico Dijkshoorn

Ik heb zojuist minutenlang geluisterd naar Tom Cruise die twee medewerkers helemaal verrot scheldt. Stereo, dus niet zoals je ruzies normaal hoort, met je oor tegen de muur en je vinger voor je mond.

Dat Tom op Rammsteinsterkte zijn personeel uitkaffert verbaast mij niet. Aanhangers van de Scientology Kerk verheugen zich op het einde der tijden en dat wij – die heel dom het verkeerde geloofden – in het hellevuur verdwijnen.

Als je gelooft in ruimteschepen die Scien­tologyadepten naar een planeet vervoeren waar alleen maar mensen in de rondte lopen met het lichaam van Tom Cruise, dan ligt zo’n schreeuwpartij eigenlijk voor de hand. Meer gelovigen hebben daar last van. Wie in een god gelooft gaat op den duur vanzelf heel hard schreeuwen, het liefst in een stenen gebouw met een fijne akoestiek.

Om ook iets aardigs over Tom Cruise te zeggen: niemand rent mooier door films. Let er maar eens op. Tom Cruise weet hoe je moet hollen. Kop omhoog, knietjes precies op de goede hoogte en vooral met weergaloze armen. Dat kan hij goed, bewegen alsof hij voor een trein uit holt.

Nou ja, vooruit, nog een lief verhaal over Tom. Carice van Houten mocht ooit een scène met hem spelen. Daar vertelde ze over. Geweldige acteur. Hij deed net alsof zij een Amerikaanse actrice was. Hij schold haar niet uit. Tom liet doorschemeren dat hij Nederlandse acteurs misschien wel de beste acteurs buiten Amerika vond.

Diezelfde nederigheid zit in de geluids­opname van de schreeuwpartij. Je hoort hem brullen dat hij in zijn eentje de filmindustrie redt, dat hij ervoor zorgt dat honderden mensen hun kinderen te eten kunnen geven en steeds denk je: wanneer onderbreekt iemand deze gek? Waarom gooit degene die wordt uitgescholden niet wat Hollandse nuchterheid midden in die gierende woedeaanval?

Mijn oom Wim had daar een prachtige oplossing voor gevonden. Hij was verslaafd aan heroïne en moest maandelijks bij een huisarts langskomen die hem minutenlang uitschold. Dat begon te vervelen. Tijdens een van die schreeuwmonologen greep mijn oom in.

“Sorry dat ik u even onderbreek,” zei hij. “U hebt natuurlijk helemaal gelijk dat ik een paria ben die meereist op de rug van gezonde Nederlanders, maar er zit een snotje in uw neus. Ik zie het nu zitten. Dat leidt enorm af.”

De arts wreef hard over zijn neus. Deed iets met zijn vinger. Hij keek mijn oom aan. “En nu?” vroeg hij. Mijn oom zei: “Doe uw hoofd eens naar achteren? Ja, het zit er nog.”

Nooit meer last gehad van die man.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden