Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Dat sleeën was kortstondig plezier, nu is er nauwelijks rijpe nostalgie

PlusMaarten Moll

Jongste Dochter hangt op de bank, in de weer met haar telefoon. Op de televisie is het gedoe rond het al dan niet afschaffen van de avondklok aan de gang.

Ze laat foto’s zien van haar en vriendin B. Er is ook een slee bij, een rode, plastic slee.

Ontzettend vrolijke foto’s.

“En nu ligt er ook al geen sneeuw meer,” zegt ze.

Ik hoor het onmiddellijk. Aan de toon waarmee ze het zegt. Het is een zin om gespeeld zielig uit te spreken. Nauwelijks rijpe nostalgie. We hebben een leuke tijd gehad en nu gaan we weer verder.

Verder. Dat is het probleem.

Dat sleeën was kortstondig plezier, even een uitspatting in de vorm van eindeloos en gierend van het lachen naar beneden glijden en sneeuw onder je kleren krijgen.

Ik kijk nog eens naar de foto’s op haar telefoon.

Ontegenzeggelijk heeft ze het naar haar zin. Maar ik meen ook een zweem van droefheid te zien, alsof ze al weet dat ze over niet al te lange tijd de zin ‘en nu ligt er ook al geen sneeuw meer’ zal uitspreken.

Waar net ook een zweem van droefheid doorheen klonk. Het plezier al vermoord omdat de uitzichtloosheid er al doorheen schemerde.

Ze is met haar hoofd op mijn schoot komen liggen.

Na het fietsongeluk van september – gekneusde ribben, hersenschudding, klaplong, gescheurde milt, gekneusde aorta, afgebroken universitaire studie, weer thuis komen wonen – heeft ze zich goed herpakt. Ze verkoopt brood bij Bbrood, en deze maand hoopt ze richting te geven aan een nieuwe studie.

“Hoe is het met je, meissie?”

“Het duurt allemaal zo lang,” zegt ze. “Wanneer houdt het nou eens op?”

Ik denk aan schildersbedrijf Te Mebel. Daar hing Het Kastje. Met daarin het programma van de dat weekeinde te spelen voetbalwedstrijden. Bij slecht weer zette de consul op zaterdagochtend dikke, blauwe viltstiftkruizen door de wedstrijden. Afgelast.

Met angst en beven fietste je naar Te Mebel. Van verre zag je al het blauw. Zwaar te moede fietste je weer naar huis. Een week wachten…

Het leven van Jongste Dochter hangt vol met kastjes van Te Mebel. Allemaal vol blauwe kruizen.

En maar wachten.

“Niet somber worden, hoor.”

Ze kruipt dichter tegen me aan.

“Misschien mag je weer na negenen naar buiten,” zeg ik.

“En dan? Tongen voor een dicht café?”

“Ik wist niet dat je een vriendje had,” zeg ik.

Ze kan er niet om lachen.

Ik wil zeggen dat het allemaal goed komt, en dat is ook de taak van een vader. Zeggen dat het allemaal goed komt. Het zijn profetische woorden die iedereen wil horen, maar die tegelijkertijd zo verschrikkelijk hol klinken.

Het komt allemaal goed, meisje.

Ik kom niet verder dan een kus die ik op haar voorhoofd druk.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden