Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Dat schijnt specifiek iets voor Amsterdammers te zijn

Nico Dijkshoorn

Even over mijn vader, dan hebben we dat maar gehad. Hij is dood en hij kon heel goed met honden omgaan. Vond hij zelf. Getrainde honden die netjes gingen zitten kwijlen als er een stuk worst voor hun bek hing, toverde hij binnen een kwartier om in ongeleide projectielen. Hij vertrok na twee bakken koffie en opeens had je een hond die grommend naar je blote voeten stond te kijken.

Nu we het toch over worst hebben: mijn vader wist een leven lang waar je de beste ossenworst van Amsterdam kon kopen. Dat schijnt specifiek iets voor Amsterdammers te zijn, dat ze altijd precies weten waar je de beste sinaasappels, houtkachels, regenlaarzen of 3D printers kunt kopen.

‘Ossenworst? Wil je ossenworst? Dan moet je bij Robbie zijn. Die met dat oog. Hij had een achterlijke broer, dus is hij worst gaan maken. Beste worst van de stad. In 1976 heeft hij in Joegoslavië, waar ze toen nog heel lekker gingen onder Tito, een worstfestival gewonnen. Twee weken later overleed zijn vrouw. Die heette Dini. Of Toos. Weet ik veel. Wat maakt het uit.’

Omdat we vandaag toch een beetje kennismaken: ik heb dat zelf ook, fluisterend adresjes delen. ‘Dubbel glas? Moet je bij Dikkie zijn. Zeg maar dat je mij kent. Niet schrikken van die kalender.’

Momenteel heb ik het met fietstassen. Een week geleden kocht ik een fietstas die heel mooi kleurt bij mijn fiets en bij mijn haar. Nu wil ik dat iedereen die fietstas koopt. Ik zet mijn fiets expres op plekken waar je er wel naar móét kijken en als ik zie dat iemand maar heel even zijn hoofd opzij doet roep ik waar je die fietstas kunt kopen. ‘Handgemaakt. Kan vier keer een familiemenu van de Chinees in.’

Nu komen we ergens. De Chinees. Nergens ben ik zo gelukkig en tegelijk ongelukkig geweest als bij De Chinees. Eerst het verdriet. Ik met negen mensen in het afhaalgedeelte naast een stapel tijdschriften uit de vorige eeuw. Ik wacht zwijgend op mijn eten en altijd begint er dan iemand over zijn kapotte lever of - erger nog - over modelbouw.

Vlak voor de corona, toen we nog dicht tegen elkaar als trillende hamsters op ons eten zaten te wachten, heb ik bijna 9 minuten en 14 seconden moeten luisteren naar iemand die op zijn zolder een Oostenrijks spoorwegstation had nagebouwd. Je kunt dan twee dingen doen: luisteren en af en toe instemmend grommen of een vraag stellen. Ik deed het laatste: ‘Beste station van Oostenrijk?’

Dat geluk, daar hebben we het nog wel eens over.

Nico Dijkshoorn schrijft vanaf vandaag twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook steeds in. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden