Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Dat is wel iets. Je vader in een rolstoel

PlusMaarten Moll

In de gang stond een ding dat ik daar niet eerder zag.

Een rolstoel.

Mijn vader kwam naast me staan en samen keken we naar het witte voertuig.

“Als je strakst nog tijd over hebt, zou je me dan even een stuk door het park willen rijden?” vroeg hij. “We moeten hem testen.”

Ik was bij mijn ouders om het gras te maaien, en om met mijn met twee kunstknieën opgetuigde moeder boodschappen te doen.

Mijn vader kwakkelt nogal met zijn gezondheid. Kleine stukjes lopen gaat nog, naar het kippenhok in de tuin om de eieren te rapen. (Hij heeft een einde gemaakt aan het ‘vrij leggen’, en ze weer geleerd in het hok te leggen, want soms deed hij er een half uur over om de eieren in de tuin te vinden. “Het is hier constant Pasen, dat is niet de bedoeling!”)

Dus zat hij op een stoel te kijken hoe ik het gras maaide.

“Je bent daar nog iets vergeten.”

Wijzend als een Capo di tutti capi.

“En daar!”

En maar lachen.

“Niet over het snoer rijden, hè? Dat is nog van mijn vader.”

Onverstoorbaar maaide ik door.

“Je doet dat helemaal niet onhandig.”

Later stonden we weer in de gang.

Ja, die rolstoel.

“Je voorland,” zei ik.

“Als ie het maar doet,” zei hij. “Want ik wil er wel graag elke dag even uit.”

En zo liep ik een paar uur later mijn vader voort te duwen.

Dat is wel iets. Je vader in een rolstoel. Niet dat ik nu meteen dacht hem rechtstreeks naar het graf te rijden, maar van een glooiende afdaling met vlakke stukken waarop hij zich al een tijd bevindt, komt hij nu in de buurt van de steilere stukken. (Ik slikte wat weg, en hoopte dat de zwarte piste nog even niet voor hem opdoemt.)

Zodra hij in de gaten had dat de rolstoel prima rolde, moest mijn moeder hem over de zandpaden van het park rijden. Zij moet hem elke dag even ‘luchten’. En hem naar plekken rijden waar hij zijn grote hobby kan uitoefenen: fotograferen.

“Elke dag corvee dus,” zei ik.

“Als ie lastig is laat ik hem gewoon staan,” zei mijn moeder.

“Of je bindt hem aan een boom,” zei ik.

Ze begon gierend te lachen. “Dat ik er dan onder het aardappelen schillen achter kom dat hij nog in het park staat. Verregend en wel.”

We reden terug.

“Vind je het niet naar dat mensen je nu zo zien in die rolstoel?” vroeg ik.

“Dat kan mij niets schelen. Daar is zo’n ding toch voor? Prima karretje, hoor.”

De rolstoel was goedgekeurd. Ik doopte hem The Beast.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden