James WorthyBeeld Agata Nowicka

‘Dat is voor gore Amsterdammers zoals jij,’ zei Jules Deelder

PlusJames Worthy

Het was tijdens een lezing ergens in Rotterdam. Een paar mensen hadden wat slingers in de plaatselijke bibliotheek opgehangen. Bij binnenkomst werd ik verwelkomd door een man in een paarse bodywarmer. “Welkom op het boekenfestival,” zei hij. Daarna gaf hij me een envelop met daarin twee consumptiebonnen en een klein zakje confetti.

Op de eerste verdieping hadden ze een ruimte voor de auteurs gemaakt. Broodjes kaas en tl-lampen. Hij zat er al.

Ik had weleens meegemaakt dat ik ergens was en dat er iemand binnenkwam en dat er dan iets gebeurde, maar hij was al binnen en toch gebeurde er iets. Ik kon niet niet naar hem kijken. Hoe hij daar zat. Helemaal in het zwart. Hij leek op de directeur van een Italiaanse dropfabriek.

Ik trok mijn jas uit en zocht naar een kapstok. Er zaten vier deuren in de kamer. Toen ik de tweede deur opendeed, zag ik dat het een douche was. Ik riep zijn naam, wees naar de douche en zei: “Waarom hebben ze hier in godsnaam een douche in de bibliotheek?”

Hij klapte zijn boek dicht, verplaatste zijn zonnebril naar het uiterste puntje van zijn neus, keek me aan en zei: “Dat is voor gore Amsterdammers zoals jij.”

Daarna lachte hij. Na een kort gesprek over jazz en een lang gesprek over voetbal, biechtte hij op dat hij er vanavond helemaal geen zin in had. Dat hij wilde ontsnappen en of ik meewilde. Natuurlijk wilde ik mee. We verlieten de bibliotheek via de brandtrap. Hij liep de achtertuin van iemand in, klom over een schutting, hinkelde over een schoolplein, sprong over een sloot en opeens was daar een kroeg. De kroeg was daar opeens voor hem.

Na zes drankjes had hij een ander plan, dus daar gingen we weer. Hij sprong over een sloot, hinkelde over een schoolplein, klom over een schutting, liep de achtertuin van iemand in en opeens was daar de bibliotheek weer. We betraden de bibliotheek via de brandtrap. Hij liep zijn zaal in. De zaal waar zijn optreden een kwartier geleden had moeten beginnen. “Waar blijft ie nou?” schreeuwde hij. En een minuut later waren we terug in de kroeg. Ik had nog nooit iemand zo snel zien hinkelen.

Vanaf mijn barkruk keek ik naar hem. Hij zat zo lekker in zijn vel. Nee, hij zat lekker in zijn alles. Of dit door de drugs kwam, weet ik niet. Ik twijfelde of hij zich zo lekker voelde door de drugs of dat de drugs zich zo lekker voelden door hem.

Ik was blij dat ik naast hem zat. Daar in die kroeg. Ik was wel vaker in Rotterdam geweest, maar ik was hem nog nooit tegengekomen. Wat jammer was, want hij was de voornaamste reden dat ik in die stad wilde zijn. Ik wilde hem tegenkomen. De koning van de nacht. De vogelvrije vrije vogel. Een ingeblikt feestje dat de maan als blikopener gebruikte. De man van wie het hart confetti pompte.

Toen ik terugkwam van het toilet was hij ineens weg. Ik vroeg aan de barman waar hij was.

“Waar is wie?” vroeg hij.

“Waar is die ouwe?”

“Welke ouwe?”

“Waar is meneer Deelder?”

“Sorry, maar meneer Deelder is hier nooit geweest.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden