Column

Dat is precies wat er mis is met dit land. Alles moet nu

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Mijn gezin en ik vluchten steevast uit Amsterdam voor Koningsdag. We houden misschien te veel van Amsterdam om simpelweg te kunnen blijven kijken hoe ze wordt overlopen door schuimbekkende dagjesmonarchisten.

We houden meer van Amsterdam dan van de koning, en daarom vertrekken we elk jaar naar een ­vakantiepark in de Achterhoek. Ook vandaag weer.

Bij de slagbomen staat een groot bord en op het bord staat: 'Ontdek je geluk!'

Ik vind dat mooi. Zichzelf overschattende vakantieparken zijn mijn favoriete vakantieparken. Er is een sauna, een speeltuin, een kinderboerderij, een supermarkt, een kapsalon en een subtropisch zwemparadijs.

We rijden stapvoets langs de kinderboerderij. Een blond jongetje aait een onnodig groot konijn. Het jongetje draagt een korte broek. Zijn benen bestaan voor minimaal 75 procent uit schaafwonden. Het konijn lijkt niet meer te ademen.

Mijn vrouw en kind doen een middagdutje. Ik loop in mijn zwembroek en met een handdoek om mijn nek naar het subtropisch zwemparadijs. Geen enkele woordcombinatie belooft zo veel als de woordcombinatie 'subtropisch zwemparadijs'.

Ik kijk een beetje rond. Wat doen al die schreeuwende kinderen in mijn paradijs? En wat doen al die stiekem in het water plassende oude vrouwen in mijn paradijs? Zijn het misschien die oude vrouwen die gezamenlijk het water subtropisch warm aan het plassen zijn? En waarom ruikt het in mijn paradijs naar voetschimmel en ontstoken tandvlees?

Op de trap naar de glijbaan sta ik tussen twee meisjes in. Ik sta tussen ze in en toch praten ze over me. Ze hebben het over mijn borsthaar en over hoe vies ze het vinden. Ik aai over mijn borsthaar en fluister lieve woordjes de krullerigheid in.

In het midden van de overdekte glijbaan verlies ik al mijn vaart. Ik hoor het borsthaarhatende meisje al dichterbij komen. Ze heeft niet gewacht. Dat is precies wat er mis is met dit land. We zijn niet meer in staat om te wachten. Alles moet nu. Morgen is te laat.

Ze knalt met haar voeten in het orgaanrijkste gedeelte van mijn rug, als twee vrijende swastika's glijden we door de glijbaan. Mijn onderlip lekt bloed. Onderaan de glijbaan spreek ik haar streng toe.

Dit is niet mijn paradijs.

"Heb jij net mijn dochter uitgescholden?" Een volwassen man zonder borsthaar staat voor me. Zijn vuisten zijn gebald en zijn tanden gebleekt.

"Jouw dochter heeft met haar voeten de bijnieren uit mijn neusgaten gebeukt. Ze wachtte niet. Ik kan niet ­tegen mensen die niet kunnen wachten. Niemand heeft zomaar recht op nu. Je moet nu verdienen."

"Ben jij eigenlijk niet te oud voor glijbanen? Hoe oud ben je? Veertig?"

"En ben jij niet te oud om geen borsthaar te hebben?"

"Trouwens, jij bent de enige kinderloze man in dit zwembad. Ben je een viespeuk?"

"Mijn vrouw en kind doen een dutje in ons huisje."

"Nou, ik heb ook een vrouw en die zei dat ze je niet heeft zien douchen bij binnenkomst. Volgens mij ben je gewoon een viespeuk."

"Ik snap niet waarom ik zou moeten douchen voor het zwemmen. Moet ik echt douchen voordat ik in jouw pis mag zwemmen?"

De man loopt weg. Hij draait nog even om en wijst wat met zijn meest haarloze vingertje. Ik lach. Volgens mij heb ik mijn geluk ontdekt.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden