Jessica KuitenbrouwerBeeld Artur Krynicki

‘Dat heb ik dus niet gemist – al die idioten in de spits’

PlusJessica Kuitenbrouwer

Aan de rand van het Waterlooplein klinkt een collectief gekerm. Een vrouw van rond de veertig, klein van stuk, ligt in een on­natuurlijke houding om een grote elektrische fiets gevouwen op de rand van de stoep. Bloed sijpelt langs haar gezicht en uit een van haar handen, haar rechterbeen is raar naar binnen gedraaid.

Een man met een boodschappentas staat met zijn hand voor zijn mond aan de grond genageld. Een serveerster heeft haar dienblad laten zakken. Twee dagjesvrouwen schieten de fietser te hulp. De een tilt heel voorzichtig haar ledematen weg bij de fiets, die de andere vrouw rechtop zet – wat door het gewicht van het ding en de grote kubus voorop nog een hele klus is. Een man met een aktetas maakt aanstalten haar te helpen, maar bedenkt zich dan. De fiets is van stuur tot zadel waarschijnlijk geen anderhalve meter lang.

De gevallen fietser geeft kreunend blijk van bewustzijn. De man met de boodschappentas zucht opgelucht, laadt zijn vracht over naar zijn vrije hand en loopt door. De serveerster tilt haar dienblad weer naar schouderhoogte.

De dagjesvrouwen steken ieder een hand onder een oksel van de gevallen fietser en hijsen haar de stoep op. Haar gezicht trekt gepijnigd samen wanneer ze gewicht op haar rechtervoet zet. Ze wankelt. De dagjesvrouwen dragen haar snel naar het trappetje naast het Rembrandthuis.

Met haar hoofd tussen haar benen begint de gevallen fietser te snikken. Ze huilt dikke tranen om haar verwondingen, om de schade aan de dure fiets en het geklutste voedsel in de kubus. Het was haar eerste keer eten bezorgen op het nieuwe rijwiel. Ze hoopte zo op wat extra inkomsten voor haar kleine restaurant. Ze had de passerende jongen niet opgemerkt en toen ze voor hem uitweek schoot haar voorwiel tegen de stoeprand. Hij sjeesde gewoon door.

Een van de dagjesvrouwen klopt haar troostend op haar schouders. De andere haalt keukenpapier, water en ontsmettingsmiddel uit het dichtstbijzijnde café en begint haar wonden te verzorgen. Tussen de snikken door vraagt de gevallen fietser of ze niet afstand moeten houden, wat de dagjesvrouwen wegwuiven.

Wanneer ze uitgehuild is en de dagjesvrouwen geloven dat ze niet flauw zal vallen, hinkt ze naar de elektrische fiets. Met een ratelend voorwiel maakt ze rechts­omkeert, terug naar het restaurant. Ze is de straat nog niet uit of een andere fietser maakt vloekend een noodstop voor een overstekende voetganger die loopt te ­dromen. De dagjesvrouwen kijken elkaar betekenisvol aan.

“Nou, dat heb ik dus niet gemist – al die idioten in de spits,” bromt de een.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden