Maarten Moll Beeld Sjoukje Bierma
Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Dan had ik je de sloot ingeschopt, had ik willen zeggen

PlusMaarten Moll

Ik weet niet meer welke cineast het zei, maar als je een personage onsympathiek wilt neerzetten moet je hem in het begin van de film een hond laten schoppen.

Iedereen haat die figuur dan meteen. En het komt nooit meer goed.

Dierenleed verenigt, merkte ik toen ik van een afstand stond te kijken hoe mensen naast lantaarnpalen langs het water stilhielden om het aanplakbiljet te lezen van onze vermiste Peer. Ik zag ze meeleven.

Een oude mevrouw bracht een hand naar haar borst om daarna een zucht te slaken. Vervolgens pakte ze haar telefoon en maakte een foto van het aanplakbiljet.

“Zielig hoor,” zei een man tegen zijn vrouw toen ik een andere lantaarnpaal voorbijliep. “Wel een mooi beestje. Zagen wij niet een dooie kat liggen, gisteren?”

Ik wilde me omdraaien.

“Nee, Henk,” zei de vrouw, “die was grijswit. Ben je nou ook al kleurenblind?”

Henk begon aan een antwoord, maar ik was al verdergelopen.

Ik hield even later zelf ook stil om voor de zoveelste keer het bericht te lezen.

Stond er opeens een vrouw naast me.

Ze las met me mee.

“Dat geloof je toch niet?”

Voor ik kon vragen wat ze bedoelde, ging ze al verder.

“Dat is toch vragen om moeilijkheden?”

En ze ratelde alweer door. Dit was een vrouw die geen weerwoord wenste.

“Wat zijn dat voor een mensen?”

Ik begon nattigheid te voelen.

“Die mensen wonen tweehoog, dan ga je toch geen kat nemen?”

Op die fiets. Ik zweeg, geen zin in een discussie, het zou Peer er niet mee terugbrengen (lafbek!).

“Dat is toch zielig voor zo’n beest?”

Tussen haar voortanden zat iets zwarts.

“Dat zo’n kat er nooit uit kan? Zo’n beest hoort buiten te zijn. Muizen vangen.”

Ik wilde verder lopen, maar hond Bep stond net heel erg aan iets te snuffelen.

“Een kat moet je niet opsluiten, dat gaat tegen de natuur in. Net goed van die kat dat ie ’m is gesmeerd.”

Zou het een maanzaadje zijn?

“En dan nu zo huilerig gaan doen met zo’n postertje. Stelletje dierenbeulen.”

Ze rukte het papier half van de lantaarnpaal.

“U hebt een hond, die kan uitgelaten worden, maar een kat! Als ik die kat was geweest…”

De vrouw liep weg, ik zag een woedende rug.

Dan had ik je de sloot ingeschopt, had ik willen zeggen. En ik zou mezelf ontzettend sympathiek hebben gevonden. Maar dit soort dingen bedenk ik vaak net iets te laat.

“Dierenbeulen!” riep ze nog.

Ik probeerde Peer weer op de lantaarnpaal vast te plakken. Waar ben je toch?

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden